Oma, was u goed of fout in de hete oorlog?


Tonnie van der Zouwen, lector Sustainable Working and Organising

Afgelopen vrijdag was ik bij de lectorale rede van mijn collega Marleen Janssen Groesbeek. De titel van haar betoog is Van passieve stakeholder naar activistische vennoot’ . Ze durft haar nek uit te steken. Net nu er steeds meer positief nieuws komt dat de economische crisis die zo’n zeven jaar heeft geduurd voorbij is, komt zij met de boodschap dat we kunnen wachten op de volgende crisis. De vraag is niet of die komt maar wanneer. We hebben er namelijk niets van geleerd. De patronen van focus op korte termijn winst en het creëren van zeepbellen gaan in de financiële wereld gewoon door. Ze verwijst naar het boek ‘Dit kan niet waar zijn’ van Joris Luyendijk.

Maar wij houden deze patronen zelf ook in stand. Wie van ons spreekt zijn pensioenfonds aan op waar ons geld in belegd wordt? Marleen houdt ons voor dat we allemaal vennoten zijn in de BV Nederland. Ze roept ons op om onze verantwoordelijkheid in een duurzame toekomst te nemen en activistische vennoten te worden in plaats van passieve stakeholders.

Terwijl ik zit te luisteren in de grote collegezaal van Avans Hogeschool in Breda denk ik ineens aan de conference Hete Vrede  van Claudia de Breij. Het is 2060 en ze houdt een gesprek met haar kleinzoon. Die vraagt: Oma, was u goed of fout in de hete oorlog? Natuurlijk zouden we dan graag zeggen: Jongen, oma heeft er alles aan gedaan om tot een gelijkere verdeling van voedsel te komen, om de opwarming van de aarde te beperken, ervoor te zorgen dat er geen hekken om de rijke landen gebouwd hoefden te worden om de stroom arme vluchtelingen buiten te houden. Zodat nu iedereen op een aangename manier kan leven.

Nu weet ik uit eigen ervaring dat het moeilijk is om los te komen van de korte termijn winst. Ik doe als burger mijn best om een steentje bij te dragen, maar ik wil ook nu lekker leven. Een voorbeeld. We zijn overgestapt op elektrische auto’s. We hebben er zelfs 2 (!). Die stroom komt ergens vandaan, vaak nog van centrales met verbrandingsovens, soms kolengestookt, die evengoed nog CO2 uitstoten. Hoe duurzaam is dat dan? Het is symptoombestrijding, een druppel op een gloeiende plaat als de onderliggende patronen van organiseren niet veranderen. Patronen kan je alleen samen veranderen. Daar hebben bedrijven, overheden, maar ook consumenten hulp bij nodig. Het Expertisecentrum Sustainable Business wil daar met praktijkgericht onderzoek vanuit zes lectoraten een bijdrage aan leveren. Dat onderzoek gaan we samen met studenten, docenten en werkveld doen.

Duurzame ontwikkeling begint met bewustzijn van hoe we willen leven, nu en in de toekomst. Waar worden we gelukkig van? Welke prijs willen we daarvoor betalen? Marleen pleit ervoor om die prijs dan ook eerlijk te berekenen. Niet alleen de kosten voor productie, maar ook de kosten van schadelijke effecten op de maatschappij. Met behulp van integrale verslaglegging kunnen bedrijven laten zien hoe ze rekening houden met die effecten. Zij gaat met de onderzoeksgroep van haar lectoraat Sustainable Finance and Accounting uitzoeken hoe ook MKB bedrijven, de grootste bedrijfstak van Nederland, een duurzame bedrijfsvoering kunnen ontwikkelen. Jan Jürriens, lector Sustainable Strategy en Innovation, gaat daar in zijn lectorale rede op 19 juni 2015  bij aansluiten met de boodschap ‘Van winst naar waarde’. Het past ook goed bij mijn definitie van duurzame ontwikkeling. Die draait om een toename van bewustwording, van 2.0 ego-systeem bewustzijn naar 4.0 eco-systeem bewustzijn, zie ook mijn lectorale rede ‘Handen en voeten geven aan duurzaam organiseren ’. Waarschijnlijk ga ik het jaar 2060 niet meemaken, maar ik hoop dat ik tegen mijn (achter)kleinkinderen kan zeggen: Oma zat bij het verzet in de hete oorlog en dat heeft ook echt iets teweeggebracht.

 

Kom uit je luie stoel!

Marleen Janssen Groesbeek, lector Sustainable Finance and Accounting

 

Als we niets doen aan onze CO2-uitstoot in de komende jaren, dan gaat de gemiddelde temperatuur op aarde niet met 2 graden Celsius omhoog, maar misschien wel met 4 of zelfs met 6. Over hoe erg dat precies kan uitpakken, weet nog niemand. Er kunnen allerlei kettingreacties ontstaan die het leven op aarde aanzienlijk moeilijker maken. Wat we wel weten dat zelfs als we in staat zijn om op die grens van 2 graden Celsius opwarming te blijven, we extreme weersomstandigheden kunnen verwachten, zoals lange periodes van droogte of juist lange periodes van heel veel regen.

Het besef dat we wat aan de klimaatverandering moeten doen, is nu ook langzaam tot grote beleggers doorgedrongen. Dat bleek de afgelopen week tijdens grote conferentie over verantwoord en duurzaam beleggen in Londen. De vraag die daar gesteld werd was: zijn institutionele beleggers onderdeel van het probleem of onderdeel van de oplossing van klimaatverandering?

Institutionele beleggers zijn pensioenfondsen, vermogensbeheerders, verzekeringsmaatschappijen, beleggingsfondsen, banken, en andere partijen die miljoenen en miljarden beleggen van andere mensen. Mensen die graag een appeltje voor de dorst hebben of sparen voor hun pensioen of de studie van hun kinderen. Als we weten dat het leven op aarde niet meer zo leuk wordt als het klimaat drastisch verandert, dan zou het de plicht van die grote beleggers moeten zijn om te zorgen dat dat geld voor later goed belegd wordt. Zo goed dat we na 30 jaar niet alleen geld hebben, maar dat er ook nog een goede samenleving is waar dat geld betekenis heeft. Wat heb je aan 3000 euro in de maand, als je de hele zomer moet binnen zitten omdat het alleen maar regent en regent. En als brood, pasta en andere graanproducten onbetaalbaar zijn geworden omdat de landen waar dat graan vandaan moet komen, al maanden geen druppeltje regen gezien hebben.

Kortom, van institutionele beleggers mag verwacht worden dat ze anticiperen op dat soort risico’s en hun beleggingsbeleid aanpassen. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. De grote beleggers, waaronder de Nederlandse pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen, hebben miljarden belegd in fossiele brandstoffen, in olie- en gasbedrijven en in kolenmijnen. Kolenstook voor elektriciteitscentrales is populair, niet alleen in Nederland, maar ook in Azië. Kolen zijn goedkoop en als je ze uit ontwikkelingslanden haalt, dan zijn ze helemaal een koopje. Maar Polen en Duitsland sturen ook nog steeds mijnwerkers onder de grond. De productie van kolen wordt ook nog flink gesubsidieerd. De scheikundigen onder ons weten dat het verbranden van kolen aanzienlijk meer CO2 genereert dan bijvoorbeeld aardgas. En bruinkool, wat onze Oosterburen graag verbranden, genereert nog de meeste CO2.

We moeten onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen afbouwen. Dat is een feit. Onmiddellijk alle aandelen van kolenmijnen en oliemaatschappijen verkopen lijkt een logische keuze. Helaas als alle pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen dat in een keer doen, dan daalt niet alleen heel snel de prijs, wat weer ten koste gaat van andere pensioenspaarders, maar dan raken we ook onze invloed op die fossiele-brandstofproducenten kwijt en dat is geen goed idee als we ze tot ander gedrag willen aanzetten. Bovendien, we willen juist van de afhankelijkheid van bijvoorbeeld het Midden-Oosten af.

Institutionele beleggers spelen een heel belangrijke rol. Zij moeten in gesprek gaan met de bedrijven die hun bestaansrecht ontlenen aan het produceren van fossiele brandstoffen. Dat noemen we ‘investor engagement’. Beleggers moeten de sector overtuigen van de noodzaak van transitie van fossiele naar hernieuwbare energiebronnen.

Dat verkoop daarbij een stok achter de deur is, spreekt voor zich. Maar het is ook interessant om op aandeelhoudersvergaderingen het bestuur van bijvoorbeeld een olieproducent de decharge te onthouden als het niet hun investeringsbeleid aanpast. Decharge van bestuur wordt jaarlijks gegeven als de jaarcijfers zijn goedgekeurd. Door geen decharge te geven, geven aandeelhouders aan dat het bestuur zijn verantwoordelijkheden voor de onderneming niet goed hebben vervuld.

Wij als pensioenspaarders kunnen een belangrijke rol spelen in deze transitie door ons pensioenfonds te vertellen dat wij graag zien dat het de druk op fossiele-brandstofproducenten opvoeren. Wij als belastingbetalers moeten ophouden te stemmen voor parlementsleden die de kolenstook niet willen stoppen. De macht van de gewone burger om te zorgen voor een samenleving die goed is voor huidige en toekomstige generaties is veel groter dan hij of zij denkt. Dus kom uit je luie stoel en doe wat voor een gezonde oude dag.

Duurzaam beleid

Frans Stel, lector International Business

 

Nederland blijft achter bij andere landen wat betreft duurzaamheid. In vergelijking tot hoogontwikkelde landen als Duitsland, Finland of Zwitserland gebruiken we per hoofd van de bevolking meer fossiele brandstoffen en meer CO2. Hoe komt het dat deze landen duurzamer zijn dan Nederland?
Duitsland, Finland of Zwitserland presteren in internationaal opzicht uitstekend: uit het Word Competitive Report 2014 blijkt dat deze landen concurrerender zijn dan Nederland. Deze landen doen het dus qua economie én duurzaamheid beter dan Nederland. Hoe kan dat? Eén van de redenen ligt in meer duurzaam beleid. Omschakelen naar meer duurzame productie en consumptie gaat niet van de ene op de andere dag. Er is een mentaliteits- en gedragsverandering nodig bij iedereen: burgers, bedrijven én overheid. Dat bereik je door consistent beleid waarbij duurzaam gedrag blijvend beloond wordt en niet-duurzaam gedrag blijvend ontmoedigd (=duurder) gemaakt wordt. Duurzaam beleid is in Nederland ver te zoeken. Neem bij voorbeeld de subsidie op zonnepanelen. Zodra deze regeling een succes werd, werd ‘ie’ al weer snel afgeschaft. Te veel subsidie: te duur!
Onze oosterburen doen het anders: daar heeft de overheid zich vastgelegd dat de regelingen voor zonnepanelen vele jaren hetzelfde blijven. Daar prevaleert het langetermijnbelang boven de boekhouder. Ad hoc subsidies gericht op duurzaam gedrag zijn weggegooid geld omdat ze niet leiden tot blijvende gedragsverandering. Dergelijke subsidies kan je beter helemaal niet in het leven roepen.
Duurzame economische groei is mogelijk! Laten we kijken hoe Duitsland, Finland of Zwitserland het voor elkaar krijgen om economische prestaties te combineren met een meer duurzame economie. Laten we ons beleid ook duurzamer maken: meer gericht op langetermijn. Dit betekent duurzaam gedrag blijvend en meerjarig belonen en minder duurzaam gedrag permanent afremmen. Een consistent beleid waarbij kortdurende regelingen niet voorkomen en alle regelingen een gegarandeerde lange looptijd hebben.

 

 

Vele handen maken veel werk

Ton van Kollenburg, lector Improving Business

 

Verbeteren start met nadenken wat je wilt verbeteren en daar de goede keuzes in te maken. Voor mij betekende dat binnen Avans: in gesprekken met directies en docenten komen tot een goede invulling van mijn kenniskring. Uit die gesprekken bleek dat zes academies een bedrijfskunde-opleiding, of één die daar heel sterk op lijkt, hebben en ik vind het leuk dat elk van die opleidingen tenminste één docent aan mijn kenniskring levert. Laat me eerst de kenniskringleden even voorstellen dan vertel ik daarna wat we gaan doen.

Even voorstellen…

Allereerst neemt Jan Verhagen van AI&I deel. Jan heeft veel continu verbeterervaring en is, naast docent, ook coördinator van de minor continu verbeteren. Van de opleiding Technische Bedrijfskunde in Tilburg neemt Anco Dams deel aan de kenniskring. Anco brengt onder andere veel ervaring uit de praktijk mee. Van Bedrijfskunde MER in Den Bosch (AHB) nemen twee docenten deel aan de kenniskring: Minou Schreuder-Roijmans en Stephan Wouters. Minou is gepokt en gemazeld in het opzetten van onderzoek rondom economische vraagstukken en Stephan brengt veel ervaring mee op het gebied van “lean”. Zo schreef hij onder andere het zeer lezenswaardige boek “Het Macaroni-dilemma” over zorglogistiek. Bedrijfskunde MER uit Breda (AAFM) is vertegenwoordigd door Jun Swagemakers. Net als Stephan heeft ook Jun ervaring met zorglogistiek en lean, zowel in de praktijk als in het onderwijs. ASIS is vertegenwoordigd door Alinda Kokkinou. Alinda heeft een behoorlijke onderzoekservaring. Dat blijkt onder andere uit een duale promotie aan de Pennsylvania State University en diverse publicaties. En last but not least vertegenwoordigt Tom van Velzen (AVD) het deeltijdonderwijs. Naast onderwijservaring heeft Tom ook ruime ervaring in de zakelijke dienstverlening, zodat we, naast de industrie en de zorg, ook daar onze verbeterpijlen op kunnen richten.

Go west

Het is de bedoeling van de kenniskring om onderzoek te gaan doen en ervoor te zorgen dat de verworven kennis, onder andere in het onderwijs, tot uiting komt. Daarvoor volgen we, binnen Improving Business, vier onderzoeksrichtingen. Ten eerste vertrekken we, geheel in de geest van de lean-filosofie, naar het noorden: we gaan op zoek naar ons “true-north”. Daarvoor verdiepen we ons in de vraag met welke omgevingsontwikkelingen organisaties te maken hebben en hoe ze daar mee omgaan. Hieronder hoort ook de vraag thuis welke kennis en vaardigheden die organisaties in de toekomst nodig hebben? Vervolgens buigen we af naar het oosten van waaruit het continu verbeteren op ons af is gekomen. Hoe gaat dat (veelal Japanse) continu verbeteren bij ons, in Nederland? Wat gaat er goed, of juist niet? En wat kunnen we daar uit leren? Dan buigen we af naar het zuiden, waar de zon volop mogelijkheden geeft voor duurzame processen. Wij vragen ons af: hoe ziet zo’n duurzaam proces er dan uit en wat maakt het duurzaam? Tenslotte we “Go West”:

(Go west) To begin life new (Go west) This is what we’ll do
(Bron: The Village People)

In dat westen, dat overigens een eeuw geleden ook de bakermat vormde voor veel bedrijfskundige toepassingen, brengen wij de eerste drie richtingen samen tot nieuw praktisch inzicht over het realiseren van duurzame processen met continu verbeteren.

Samen

Als je goed wilt verbeteren, gaat dat ook over samen werken. Niet alleen in de kenniskring, maar samen met alle bedrijfskunde docenten en met de studenten. Dan maken vele handen licht en vooral VEEL werk.

Duurzame ontwikkeling: Van 2.0 ego-systeem naar 4.0 eco-systeem bewustzijn

 

Tonnie van der Zouwen, lector Sustainable Working and Organising

Afgelopen vrijdag 17 april 2015 heb ik mijn inaugurele gehouden als lector Sustainable Working and Organising aan Avans Hogeschool. Mooie ambtsketen gekregen. In ongeveer drie kwartier heb ik verteld wat mijn visie is op het lectoraat en wat mijn plannen zijn voor de komende jaren. De rede is een verkorte versie van het boekje ‘Handen en voeten geven aan duurzaam organiseren. Vanuit een groeiend bewustzijn hoe we willen leven’. Daarin vertel ik hoe je containerbegrippen zoals duurzaamheid, duurzame ontwikkeling en duurzaam organiseren kunt plaatsen in een groter kader. Onder het motto ‘Scientific understanding and practical experience are like two legs without we cannot walk‘ (Francisco Varela) komen daar de Logica van het Gevoel, het Ijsbergmodel en de Circles of Social Life als theoretisch kader naar voren. Mijn belangrijkste conclusie: Duurzaamheid gaat niet alleen over milieu of over Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen, het gaat om groei in bewustzijn over hoe we willen leven. De uitwerking daarvan vindt u in het boekje, de pdf versie kunt u hier downloaden.

Duurzaam organiseren zie ik als co-creatie van een gewenste en haalbare toekomst. Dan moeten we wel een beeld hebben van hoe die toekomst eruit zou kunnen zien, om daarop te kunnen anticiperen. Het vraagt een transitie van 2.0 ego-systeem bewustzijn naar 3.0 belanghebbenden bewustzijn naar 4.0 eco-systeem bewustzijn. Otto Scharmer en Katrin Kaufer hebben in hun boek Leiden vanuit de Toekomst uitgewerkt wat dit betekent voor diverse sectoren.

De komende jaren wil ik samen met docenten, studenten en beroepenveld actieonderzoek gaan doen om bij te dragen aan die groei in bewustzijn. En om er handen en voeten aan te geven. Voor dit actieonderzoek wil ik de Large Scale Intervention aanpak gaan gebruiken. Hoe en waarvoor? Lees meer in het boekje.