Onderzoek bij ESB: Goed en Belangrijk

Dat je in een ruimte met zoveel mensen, zoveel naar boven kan halen.

Op 29 maart 2017 organiseerde ESB  een kennisuitwisselingsmiddag voor alle onderzoeksdocenten van de lectoraten van ESB. Doel van de bijeenkomst is door uitwisseling van kennis en ervaringen van elkaar te leren en het onderzoek bij ESB nog beter en belangrijker te maken.

Om niet alleen te praten over wat anderen mogelijk belangrijk vinden en om onderzoek en onderwijs dichter bij elkaar te brengen vroegen we aan de kenniskringleden om een collega van de academie mee te nemen naar de bijeenkomst. Meer dan tien collega’s vanuit de academie hebben gebruik gemaakt van het aanbod. In totaal waren er ca. 50 deelnemers.

 Aan de slag

De bijeenkomst heeft de opzet van een Open Space. Dat wil zeggen dat deelnemers zelf verantwoordelijk zijn voor inhoud en opbrengst van de middag. Je kunt zelf een onderwerp op de agenda zetten (binnen het thema), bepaalt zelf met wie je waarover wilt praten. Je kunt dus achteraf nooit zeggen dat het niet ging over wat jij belangrijk vindt. Onderwerpen die op de agenda gekomen zijn:

  • Hoe beoordeel je of een student onderzoekend vermogen heeft?
  • Knelpunten in circulaire economie, bespreken van de uitkomsten van het onderzoek dat net is afgerond
  • Action Research, wat doen we al, wat kunnen we er mee?
  • Brug lectoraat-academie (deeltijdonderwijs)
  • Hebben we behoefte aan een Avans uitgeverij?
  • DMAIC onderwijs, praktijk
  • Vertaling output onderzoek naar onderwijs
  • Impact van onderzoek, afstemming belang van werkveld en opleiding
  • Hoe docenten betrekken bij onderzoeksprojecten?
  • Does sustainable business compete?

Ieder kiest zelf de onderwerpen om verder over te praten. Daarbij geldt de Wet van Twee Voeten: Als je ergens bent waar je niets leert of toevoegt, ga dan naar een plaats waar dat wel kan. Elke groep verzamelt op een flap de do’s en don’ts over hun onderwerp. De uitkomsten worden gedeeld in de Muurkrant.

DSC_0784

Ieder bekijkt de do’s en don’ts, kiest de meest aansprekende tip en schrijft die op een briefkaart aan zichzelf.  Deze briefkaarten krijgen de deelnemers na de zomer terug als reminder.

Hoe maak je met een grote groep ter plaatse de agenda en kom je tot interessante resultaten en ontmoetingen? En wat heeft dit dan concreet opgeleverd? Zowel de opzet als de uitkomsten van deze bijeenkomst vind je in het fotoverslag.

Enkele reacties van deelnemers op de vraag wat neem je mee van vanmiddag:

Je moet er echt naar streven om onderzoek vanuit de opleiding in het lectoraat te krijgen en niet andersom. En ik vond de manier waarop we het gedaan hebben zeer creatief. ” 

“Ik heb geleerd dat we met z’n allen eigenlijk best heel goed bezig zijnen dat we dat alleen wat meer mogen uitdragen naar buiten en mensen enthousiasmeren in plaats van formaliseren.”

De volgende bijeenkomst is op 11 oktober 2017, van 13.00 tot 17.00 uur in Den Bosch. Daarvoor willen we graag meer belanghebbenden van onderwijs en werkveld uitnodigen om kennis te delen. Neem voor vragen of reacties contact op met Tonnie van der Zouwen, lector Sustainable Working and Organising, of met Ton van Kollenburg, lector Improving Business.

Gepost door Tonnie van der Zouwen

Making Organizations Meaningful deel 4: Actieonderzoek verbindt theorie en praktijk voor duurzame ontwikkeling

A vital professional field requires systemic research with a local stakeholder view” (Michael Beer)

Tijdens de AOM meeting 2016 heb ik genoten van een paar sessies over Actieonderzoek. Ik heb er enkele pareltjes uit meegenomen waar ik je graag van wil laten meegenieten.

Wat is Actieonderzoek eigenlijk?

Hilary Bradbury, co-auteur van het standaard werk The Sage Handbook of Action Research, verwoordt het tijdens haar presentatie zo:

Action research is a democratic and participative orientation to knowledge creation. It brings together action and reflection, theory and practice, in the pursuit of practical solutions to issues of pressing concern. Action research is a pragmatic co-creation of knowing with, not on, people.

Wat maakt Actieonderzoek dan anders? De dia van Hilary Bradbury laat dat mooi zien:

Action research compared to conventional research 2

Samengevat zou je kunnen zeggen dat Actieonderzoek niet alleen nieuwe kennis oplevert, het brengt ook iets teweeg. Je werkt met echte mensen in echte situaties, met alle voor- en nadelen die daarbij horen.

Hoe draagt Actieonderzoek bij aan duurzame ontwikkeling?

De focus ligt op het hele systeem, het vraagstuk in zijn context. En niet op een gefragmenteerd probleem. Die holistische blik geldt ook voor hoe mensen betrokken zijn in Actieonderzoek. Actieonderzoek ondersteunt duurzame verandering doordat hoofd, hart en handen weer met elkaar verbonden worden. Er is sprake van actieleren in de context van het vraagstuk, zie ook de foto boven deze blog. Het draait daarbij om het zetten van kleine stappen, nodig om vertrouwen op te kunnen bouwen. Vertrouwen is een fundamenteel onderdeel in menselijke activiteiten. Hilary verwijst naar het werk van Pjotr Sztompka.

Actieonderzoek is niet eenvoudig en het kost tijd

Dat klinkt allemaal prachtig. Waarom wordt actieonderzoek dan niet veel meer gedaan? Zoals meestal vormen de sterke kanten ook de keerzijde van de medaille:

  • Het kost tijd om vertrouwen op te bouwen, om echt in gesprek te komen met mensen
  • Het kost tijd om betrouwbare informatie te krijgen, de diversiteit aan verhalen op te halen en veranderingen te testen en te volgen in de tijd
  • Het ontwikkelt zich in de context, je moet de context er dus bij betrekken, met alle spanningsvelden daarin. De machtsverhoudingen verschuiven daarin van power over naar power with
  • Je bent zelf je belangrijkste instrument. De kwaliteiten van de onderzoekers zijn bepalend. Je kunt je dus niet verschuilen achter een gestandaardiseerde methode of statistieken.
  • Het vraagt bescheidenheid, een zekere nederigheid van je ego, om je open te stellen voor andere perspectieven en om kritisch naar jezelf te kunnen kijken

Daar is allemaal aan te werken, ook voor studenten in het hbo. En dan levert het ook veel op. Zoals Lynn Mureau, in juli 2016 afgestudeerd aan de HRM opleiding van Avans Hogeschool, zei: “Ik ben anders naar organisaties gaan kijken. Mijn diploma is voor mijn gevoel meer waard geworden daardoor“. Daarbij sta je niet veilig aan de kant, maar midden in de organisatie.

Wat in mijn ogen een belangrijke rol speelt is dat actieonderzoek door veel wetenschappers nog met een zekere minachting wordt bekeken. Omdat ze vasthouden aan één objectief vast te stellen waarheid, ook voor de sociale wetenschappen. Mede hierdoor zijn veel onderzoekers en docenten niet bekend met Actieonderzoek of durven er niet aan te beginnen.

Zoals ik in deel 3 van deze bloemlezing heb benadrukt moet actieonderzoek net zo goed methodisch grondig zijn, maar volgens andere criteria. Het gaat niet om een tegenstelling tussen methodisch grondig en praktisch relevant, maar om tegenstellingen tussen controleerbaarheid, generaliseerbaarheid en realiteitsgehalte van het onderzoek. Als je de wereld ziet vanuit een pragmatisch standpunt, als opgebouwd uit relaties, dan is er geen onderscheid tussen subject en object.

Leren in de context van de praktijk lijkt me uiterst relevant voor (aankomend) professionals. Daarom ben ik zo enthousiast over actieonderzoek en wil ik mijn bijdrage leveren aan het promoten daarvan. Met o.a. een boekje over Actieonderzoek voor beginners en een online toolbox. Ik hoop die begin 2017 te kunnen publiceren.

 

Making Organizations Meaningful deel 3: Pragmatisme in onderzoek in het hbo, voorkom ‘Errors of the third kind’

Deel 3 van de bloemlezing uit de AOM meeting 2016, door Tonnie van der Zouwen

De titel van het symposium sprak me gelijk al aan: ‘Errors of the third kind in management research: Creating meaning in scholarly work’, verzorgd door Ian Mitroff, Sandra Waddock, Nancy Adler, Robert Edward Freeman, Robert E. Quinn. En ik werd niet teleurgesteld. Ian opent met zijn definitie van DE WAARHEID vanuit een pragmatisch standpunt: “Truth is that what makes an ethical difference in the quality of life; of individuals, organizations, society”. (Voor lezers die het nog even niet kunnen plaatsen, we zitten op 7 augustus 2016 bij de Academy of Management meeting, in Anaheim, Californië, zie deel 1 en deel 2 van deze bloemlezing). Nu wil ik zelf als initiator en begeleider van praktijkgericht onderzoek in het hbo graag iets bijdragen aan zinvol organiseren en aan kwaliteit van leven. En in het hbo is een flinke discussie gaande over de eisen die aan onderzoek gesteld moeten worden, dus ik zit op het puntje van mijn stoel.

Theorie kan niet leidend zijn voor de complexe praktijk van professionals

There is nothing quite so useless as doing with great efficiency things that should not be done at all” (Peter Drucker)

De boodschap van het symposium is dat in onderzoek voor management professionals en andere dienstverleners, we niet in de valkuil moeten stappen van academisch positivistisch onderzoek. Onderzoek met generaliseerbare uitkomsten, gebaseerd op  grondige bewijzen van DE waarheid, waar je in de praktijk vaak niets mee kunt. Omdat de praktijk altijd complex is en DE waarheid, de enige en beste oplossing, meestal niet bestaat. Fouten van de eerste en tweede orde gaan over een uitkomst die onterecht bevestigend dan wel ontkennend is. Dat zijn methodische fouten. Een fout van de derde orde is een perfect uitgevoerd onderzoek, maar het gaat nergens over. Omdat de verkeerde vragen zijn gesteld. Dan vind je een mooie oplossing maar voor het verkeerde probleem.

Eduard E. Lawler III legt uit waarom vertrekken vanuit theoretische modellen meestal niet goed past bij onderzoek voor organisaties. Theorie gedreven onderzoek laat zich vaak slecht vertalen naar de praktijk, omdat de praktijk veel complexer is dan de paar variabelen van het model. Hij pleit er daarom voor manieren van onderzoek te kiezen die geen vertaling nodig hebben, zoals actieonderzoek: “Action Research is a very powerful way of learning, evolving theory and method simultaniously over time”. Dat is me uit het hart gegrepen. De uitspraak maakt ook gelijk de keerzijde van de medaille duidelijk: actieonderzoek kost tijd.

Onderzoek in het hbo: onderdompelen in de praktijk

Praktisch relevant betekent niet dat het niet methodisch verantwoord moet zijn. Op het ogenblik is hierover een hele discussie gaande als zou er een tegenstelling zijn tussen methodisch grondig en praktisch relevant, een onderwerp dat Daan Andriessen onderzoekt. Die tegenstelling zie ik alleen als je de natuurwetenschappelijke benadering volgt dat er slechts één waarheid is en dat de uitkomsten van onderzoek algemeen geldig moeten zijn. Volg je die redenering dan zou een onderzoek methodisch minder grondig zijn naarmate de uitkomsten bruikbaarder zijn en omgekeerd. Actieonderzoek, een uiterst bruikbare en evengoed methodisch grondig uit te voeren benadering past niet in dit tweedimensionale plaatje. Ik sluit graag aan bij de drie dimensies van Joseph E. McGrath over dilemma’s in onderzoek doen: ongeacht welke vorm van onderzoek je doet, er zijn altijd drie aandachtspunten waarvan je er maar twee tegelijk kunt optimaliseren in je onderzoeksaanpak. Het gaat om generaliseerbaarheid van de uitkomsten, controleerbaarheid van de situatie en het realiteitsgehalte van de situatie. En dan moet je dus niet meer beweren dan op grond van je onderzoeksaanpak verantwoord is. Zie de figuur van McGrath die ik heb verwerkt tot een ‘krukje’. Wat voor soort onderzoek je ook doet, het staat altijd scheef omdat één of twee pootjes korter zijn dan de derde. Zie ook mijn lectorale rede op pagina 46.

Figuur 16 Onderzoeksstrategieen
Dilemma’s in onderzoek doen. Bijgenaamd ‘het krukje van Tonnie’, gebaseerd op het werk van Joseph E. McGrath

 

Pragmatisme is een andere manier om naar onderzoek te kijken. Theorie wordt dan gezien als gebaseerd op ervaring en praktijk. Daarvoor is het van belang om jezelf onder te dompelen in die praktijk en uit te zoeken wat er aan de hand is, zonder je veel zorgen te maken over wat anderen daarover te zeggen hebben. Feiten en waarden zijn daarbij met elkaar verstrengeld. Het is daarom ook beter om te spreken van Theoretiseren dan van Theorie.

Daring to care: Van liefde voor kennis naar liefde voor leren

Laten we met onderzoek bij het hbo ook niet in de valkuil trappen van belangrijk willen worden met het aantal publicaties in vooraanstaande tijdschriften en het aantal malen dat je daaruit geciteerd wordt. Het gaat bij praktijkgericht onderzoek om het maken van een verschil, met betrouwbaar en degelijk onderzoek waar je iets mee kunt in de praktijk. Ik zou iedereen die onderzoek doet aan het hbo, en eigenlijk ook aan universiteiten, gunnen om onderzoek te doen naar vragen die er toe doen. Of zoals Nancy Adler het verwoordt: “It is about daring to care. What profoundly important and meaningful question would you like to be researching?”. En maak je vooraf niet teveel zorgen over wat anderen hierover gezegd hebben. Kennis is belangrijk, natuurlijk, maar in het hbo leiden we professionals op, mensen met liefde voor leren voor de praktijk, met een onderzoekende houding in die praktijk en geen onderzoekers met liefde voor kennis. Tot zover sessie 575. Meer over actieonderzoek in het volgende deel van deze bloemlezing.

 

 

Making Organizations Meaningful. Deel 2: Somatische Intelligentie, onbewuste kennis naar boven halen door je lijf te gebruiken

Deel 2 van de bloemlezing uit de Academy of Management meeting 2016, door Tonnie van der Zouwen

Emotionele Intelligentie (zie blog deel 1 van de bloemlezing) en Somatische Intelligentie hangen nauw met elkaar samen. Vrij vertaald noem ik Somatische Intelligentie de ‘wijsheid van je lichaam’. Samen met Maria Spindler en Gary Wagenheim van COS Collective verzorgen we op zaterdag 6 augustus een workshop (PDW in AOM termen) op de AOM meeting 2016. De titel is ‘Reflective Hybrids: Accessing Theory and Practice through Somatic Intelligence’. Waar sta je als mens tussen Theorie en Praktijk, tussen Lichaam en Verstand?  Daar kan je over praten, maar we zijn erg van ‘practice what you preach’, dus we doen bewegingsoefeningen om Somatic Intelligence te ervaren.

We beginnen met een korte geleide meditatie, om te landen in je lichaam, in het hier en nu. Om stil te worden. “Feel a drop of silence fall on your head”. En dan vragen we de deelnemers om positie te kiezen in de ruimte, tussen de vier hoeken van de zaal die we gemarkeerd hebben met een vel papier met theorie, praktijk, lichaam en verstand. In een eerste ronde loop je de route waar je vandaan komt en kies je de plek waar je voor je gevoel nu staat in je leven. In een tweede ronde de plaats waar je zou willen staan. Dan het beeld dat bij je opkomt tekenen op een blaadje en delen met de mensen die om je heen staan. Waarom sta je daar? Welke weg heb je afgelegd? Hoe voelt dat? Wat betekenen de beelden voor volgende stappen in je leven?

 Ik heb zelf iets dergelijks gedaan als deelnemer, tijdens de COS Conference in Venetië, die helemaal over Somatic Intelligence ging, in april 2016. Via een geleide meditatie werden we uitgenodigd om een beweging te laten opkomen, welke dan ook en na een tijdje de beelden die opkomen te tekenen. Ik kreeg een sterke associatie met een beeld uit de film ‘On Golden Pond’ (Een schitterende film, zeker kijken als je hem nog niet hebt gezien). Ik zie mezelf zitten aan dat meer, op de veranda van een houten huis. Ik ben aan het schrijven. Allemaal boeken om me heen. In het huis nog meer boeken. Verder alleen het geluid van de vogels (die typische roep van de duik eenden) en de bossen rond het huis. De tekening hangt aan de muur van mijn werkkamer en iedere keer als ik ernaar kijk komt er een diep verlangen naar die situatie in me op. Dit is wat ik wil! En raad eens wat. Dat hoeft niet voor maanden achter elkaar of ver weg. Het betekent ook niet dat ik andere rollen niet meer leuk of belangrijk vind. Wel dat ik bewust tijd en ruimte vrij moet maken, omdat het anders met dat lezen en schrijven niet goed gaat lukken. Als gevolg van die ervaring heb ik een praktische oplossing gevonden: schrijfweken geblokkeerd in mijn agenda. 

De moraal van het verhaal. Je lichaam weet veel meer dan je je bewust bent. Dat is geen zweverig esoterisch verhaal, maar eigenlijk heel logisch. Je geheugen verbindt alles wat je meemaakt aan je gevoel, zintuigen en de stand en activiteit van lichaamsdelen. Zoals Karl Weick, specialist in betekenis geving, zegt “We have a feeling based memory”. Omgekeerd kan het in beweging komen, of een sensatie, dat onbewuste weer oproepen. Die reactie kregen we ook van deelnemers. Terwijl je aan het lopen bent komen er beelden, gevoelens en gedachten op. Het bespreken daarvan met anderen helpt om meer helderheid te krijgen over hoe volgende stappen eruit zouden kunnen zien.

We sluiten de workshop af met het delen van onze ervaringen en inzichten. Kort samengevat: Het werkt.  Ons lichaam heeft zijn eigen geheugen. Of nog sterker, we denken met ons lichaam. De hersenen zijn daar slechts een onderdeel van. In voortdurende wisselwerking met interne en externe informatie van de zintuigen ontstaat ons bewustzijn. Wij zijn dus niet ons brein. Ons lichaam weet veel meer over waar we gelukkig van worden en wat vertrouwen geeft voor de toekomst dan we rationeel kunnen bedenken. Door oefening en beweging kunnen we daar beelden en gevoelens over oproepen. Om organisaties zinvoller te maken, het thema van de AOM conferentie, is het van belang om er rekening mee te houden dat we lichamelijke wezens zijn. Een paar tips:

  • Gebruik in bijeenkomsten werkvormen waarbij niet alleen gepraat wordt maar ook gewerkt
  • Aandacht voor het landen in je lichaam en in de situatie
  • Een prettige atmosfeer
  • Beweging, samen beelden uitwerken, bezinningsmomenten met stilte inbouwen.

‘Sensing’ noemt Otto Scharmer dat in zijn presentatie. Om te komen van een groot ego naar een sterk ego. Maar daarover meer in een volgend bericht. Dit was sessie nr. 372.

Making Organizations Meaningful. Deel 1: Emotionele intelligentie en leiderschap

Een bloemlezing uit de Academy of Management meeting 2016. Door Tonnie van der Zouwen.

In augustus was ik namens Avans Hogeschool bij de jaarlijkse conferentie van de Academy of Management. Deze keer was het in Anaheim, Californië. Omdat niet iedereen het voorrecht had om erbij te zijn deel ik graag wat van mijn ervaringen en inzichten. Ik ben daar met verschillende petten op: Als lector Sustainable Working and Organising bij Avans Hogeschool, als zelfstandig adviseur, trainer, facilitator in cocreatie met het hele systeem van belanghebbenden en als mede eigenaar van COS, een beweging van ‘reflective hybrids’. Dit illustreert meteen al een belangrijk inzicht: je bent niet je functie, je ben zelfs niet ‘één iemand’, je vervult verschillende rollen en bent op de eerste plaats een mens, met emoties, verstand, kennis, onbewuste lichamelijke intelligentie, met een bepaalde kijk op de wereld en veronderstellingen over de betekenis van je werk in organisaties. Uit de sessies die ik heb bijgewoond heb ik voor u de bloemen geplukt die ik het mooist vind en daar het touwtje van mijn inzichten om gedaan. Die bloemen zijn:

  • Emotionele Intelligentie is niet alleen voor zweverige softies: een sessie van de Deense militair academie over het belang van EQ naast IQ en hoe ze hun kader daarin traint
  • Somatic Intelligence: Onbewuste kennis naar boven halen door je lijf te gebruiken
  • Pragmatisme in onderzoek voor hbo: theorie kan niet leidend zijn voor de complexe praktijk van professionals. Stap niet in de valkuil van academisch positivistisch onderzoek met grondige bewijzen van DE waarheid, waar je in de praktijk vaak niets mee kunt
  • Actieonderzoek als verbinder van theorie en praktijk voor duurzame ontwikkeling
  • Van hokjes en ego denken naar meer flexibele rollen in een groter geheel: mensen als mens beschouwen en niet als human resources
  • Zinvol onderwijs: het belang van leren in context van de praktijk, van een holistisch aanpak

Deel 1: Emotionele intelligentie: Leiderschapstraining voor Deense militairen

Emotionele intelligentie, iets voor watjes zeker en niet voor serieuze situaties? De eerste sessie die ik bijwoon is van de Royal Danish Defence College. De majoors Jacob Barfod en Bjarne Bakkegaard laten zien hoe zij leidinggevenden in het veld trainen in het ontwikkelen van emotionele intelligentie. Een presentatie die staat als een huis, op zich al een waardevolle ervaring. Begin met een pakkend video fragment dat doet waar het over gaat: je emotionele intelligentie aanspreken. Een zinderende scene uit de film ‘Shall we dance’, waarin Jennifer Lopez tango les geeft aan Richard Gere en hem laat voelen wat het betekent om voluit te leven. Om leiding te geven en om leiding te volgen. De hele zaal is gelijk gefocust. Hun boodschap is dat het gaat om balans zoeken tussen EQ en IQ. Show your emotions, but also get yourself together. Dat leer je niet op een achternamiddag. Het leertraject duurt een half jaar en bestaat uit diverse cycli waarin individuele coaching, toepassing in de praktijk, individuele en groepsreflecties elkaar afwisselen. Dit blijkt effectievere commandogroepen op te leveren, die zich na acties minder macho hoeven te gedragen, met minder alcoholgebruik en agressie. Omdat ze geleerd hebben om mens te zijn. Die een afscheidsbrief durven schrijven voor hun geliefden voordat ze op missie vertrekken. Ze benadrukken het belang van leren in de context van de eigen praktijk en de langere duur van het leertraject. Een paar trainingssessies is te weinig. Natuurlijk moet je ook je vak verstaan, raak kunnen schieten (in dit geval letterlijk). Een opmerking die me bijgebleven is over het zoeken van balans tussen EQ en IQ: “In war you are like family. You have to love your soldiers. Yet you have to send them in to battle“.

Waarom werkt het leertraject? Frank Barrett deelt aan het eind van de sessie zijn reflecties. Hij noemt de volgende punten:

  1. Emotionele intelligentie leer je van buiten naar binnen, via vriendschappen. Die vriendschap ontstaat in de cursus in de coaching setting. Het leertraject verbindt privéleven en werk weer met elkaar. Er is ook geen noodzaak om werk en privé te scheiden. Het werkt veel beter als je je hele persoon, als mens met al je hebben en houden meeneemt naar het werk.
  2. Nieuwe ideeën en gedrag worden getest in de praktijk, er mogen fouten gemaakt worden waar je van kunt leren in de volgende cyclus.
  3. Deelnemers schrijven reflecties waardoor ze zich bewuster worden van zichzelf en hun eigen gedrag en discours. Waar gaat het over? Gaat het vooral over masculiene zaken zoals stoer doen, controle, mannen zijn nu eenmaal mannen, of ook over feminiene zaken, zoals verdriet, zorgen, liefde.

Een mooie wrap up van sessie nr. 67. Wordt vervolgd!

 

Laat de pensioenfondsen niet in de kou staan

Het valt niet mee om op dit moment een pensioenfondsbestuurder te zijn. Je collega’s in de financiële sector doen liever zaken onder elkaar, dan dat ze geld investeren in de reële economie. Als we de Britse FT-columnist en econoom John Kay mogen geloven, wordt 97% van het kapitaal in de wereld rondgepompt in de financiële sector en niet geïnvesteerd in de reële economie. Hoogstens dat de salarissen van de mensen in de financiële industrie nog enigszins een effect heeft vanwege hun consumptieve uitgaven.

Het feit dat er zo weinig geïnvesteerd wordt door bedrijven en grote beleggers en de burgers zo dik in de schulden zitten en weinig vertrouwen hebben in de toekomst houdt ook de economische activiteit beneden alle peil. De Europese Centrale Bank probeert er via het monetaire beleid nog een slinger aan te geven door een negatieve rente door te berekenen aan de banken. Maar daar schieten de Nederlandse pensioenfondsen niets mee op. Zij zitten met dalende dekkingsgraden en daar wordt de politiek en hun deelnemers weer zenuwachtig van. Terwijl die dekkingsgraad maar gewoon een rekensommetje is, en dat als de inflatie en de rente weer flink gaan stijgen het probleem van de lage dekkingsgraad vanzelf verdwijnt. Dat de pensioenfondsen ondanks deze aanhoudende financiële malaise nog steeds mooie rendementen maken, daar horen we niemand over. Het is nu juist over de houdbaarheid van die rendementen dat ik me zorgen maak.

Op dit moment is een groot deel wat we met elkaar verdienen in Nederland – onze welvaart – gebaseerd op de fossiele economie. In 2014 kwam slechts 5,5% van onze energie, zo vertelt het CBS ons, uit hernieuwbare bronnen zoals wind, zon, warmteopslag of biobrandstoffen terwijl we in 2009 afgesproken hebben dat we op 14% zouden zitten. Het Europese gemiddelde is op dit moment 16%. Zweden is de Europese kampioen met maar liefst 53%. Alleen Luxemburg en Malta doen het nog slechter dan Nederland.

De reden voor onze slechte duurzame energieprestatie? De Nederlandse overheid wil liever geen steun geven aan het produceren van energie uit hernieuwbare bronnen. Ze doet het wel, mondjesmaat, maar onze grootste subsidieontvanger op energiegebied is de fossiele-brandstoffensector en zijn grootgebruikers. Energieverslindende sectoren als transport, distributie, tuinbouw en staal worden door de Nederlandse staat ontzien door niet de volle maatschappelijke kosten te rekenen van benzine, steenkool en gas. En zo betaalt elke Nederlandse burger per jaar € 540 aan het in stand houden van de fossielen.

Het meest schrijnende is dat de Nederlandse politiek, regering incluis, de pensioenfondsen voortdurend aanspreekt op hun beleggingsbeleid. Dan moet het pensioengeld dat door ons de burgers is gespaard in Nederlandse hypotheken, dan weer in hernieuwbare energie of het isoleren van woningen van woningcorporaties. Terwijl de overheid zelf het gelijke speelveld voor mogelijk goed renderende beleggingen in duurzame oplossingen verstoort door het gebruik van fossiele brandstoffen te blijven financieren van ons belastinggeld.

Intussen heeft de toezichthouder op de pensioenfondsen, de Nederlandsche Bank (DNB) zich ook in het debat over hoe de pensioenfondsen rekening moeten gaan houden met de klimaatverandering gemengd. In navolging van de Bank of England ziet ook DNB allerlei klimaatrisico’s opdoemen voor de institutionele beleggers en de consequenties daarvan voor de houdbaarheid van de pensioenen.

Gelukkig loopt een aantal grote pensioenfondsen al jaren vooruit op het late wakker worden over de noodzaak van duurzame ontwikkeling van DNB en de overheid. Zij hebben al stappen gezet om de CO2-uitstoot van hun portefeuilles in kaart te brengen en terug te dringen. Het is jammer dat de middelgrote en kleine pensioenfondsen nog zo terughoudend zijn om hun portefeuilles drastisch te verduurzamen. Ze verschuilen zich graag achter argumenten van kosten – duurzaam beleggen kost geld – maar die mythe kunnen we zo langzamerhand wel achter ons laten.

Het probleem is dat de bestuurders van kleine en middelgrote pensioenfondsen te weinig naar de veranderende wereld om zich heen kijken en blijven geloven in de efficiënte markttheorie die zegt dat je in de wijsheid van de financiële markten moet geloven. Ook zo’n mythe die we, zeker sinds de kredietcrisis van 2008, achter ons moeten laten.

Pensioenfondsbestuurders verschuilen zich ook graag achter hun deelnemers: die zouden niet duurzaam willen beleggen. Natuurlijk is er een aantal luidruchtige gepensioneerde heren die alleen voor het geld gaan. Maar zij zijn binnenkort dood en dan zit de jongere generatie met een uitgewoonde planeet met onvoorspelbaar weer en grote groepen mensen op drift. En dan is er in die chaos ook geen fatsoenlijk rendement meer te behalen. Dus als u een verplichte pensioenspaarder bent: laat uw pensioenfonds niet in de kou staan. Stuur een brief en moedig het aan om duurzamer te gaan beleggen. Al was het alleen maar omdat u graag een behoorlijk financieel en maatschappelijk rendement wil van uw uitgestelde inkomen.

Marleen Janssen Groesbeek, lector Sustainable Finance and Accounting

Duurzaam innoveren in de voedingsindustrie

Blog Frans1

Tijdens de conferentie Globe 2016 werden enkele interessante voorbeelden gepresenteerd van innovatieve bedrijven die met duurzame oplossingen komen.

Om verspillingen tegen te gaan in de agrarische industrie levert het bedrijf farm(x) real time data over weersontwikkelingen in combinatie met gedetailleerde analyse over gewassen waardoor meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen of water gerichter kunnen worden toegediend. Dit leidt tot 10-20% besparing op de operationele kosten: er zijn immers veel minder water, kunstmest en bestrijdingsmiddelen tegen ongedierte nodig.

Een ander interessant voorbeeld in de agro-industrie was Enterra. Vanwege de groeiende wereldbevolking is de in de toekomst 70% meer voedselproductie nodig terwijl de prijzen van grondstoffen in de veevoeder industrie sterk stijgen. Zo werden de laatste 10 jaar de prijzen van veevoeder 3x zo hoog. Tegelijk wordt 30 tot 40% procent van het geproduceerde voedsel verspild. Dit komt neer op 1.3 miljard ton voedsel! Het bedrijf Enterra heeft een oplossing gevonden om voedselafval te hergebruiken: men kweekt larven van insecten die het afval opeten en zelf tot eiwitrijk voedsel voor dieren verwerkt worden. Zelfs de poep van de larven wordt weer als meststof gebruikt. Slim! Na de eerst proeven wordt er nu op industriële schaal met dit proces geproduceerd. Hiermee wordt veel voedselafval omgezet in veevoeder en meststof. Tegelijk wordt een grote hoeveelheid water teruggewonnen. Dergelijke processen verdienen het om overal ter wereld te worden ingevoerd.

Frans Stel, lector International Business

Sustainable Business in de praktijk

Blog Frans
Tijdens de Globe 2016 conferentie in Vancouver presenteerden kleine en grote bedrijven hoe ze duurzaamheid in de praktijk brengen. Een mooi voorbeeld hiervan was het Duitse bedrijf BASF. Vanouds werkend in de chemische sector zijn ze nu op veel meer terreinen actief, waaronder het terrein van voeding & gezondheid of energie.
BASF heeft het leveren van duurzame innovatieve oplossingen opgenomen als integraal onderdeel van hun bedrijfsvoering, waarbij ze zowel oog hebben voor de korte als de lange termijn. Duurzaamheid levert volgens BASF veel nieuwe  kansen en reduceert bedrijfsrisico’s. Het gaat hierbij niet alleen een verantwoordelijkheid voor de werknemers en de omgeving om veilig te produceren, maar ook om verantwoordelijkheid op zich te nemen voor toeleveranciers en de maatschappij. Dit klinkt allemaal heel mooi, maar hoe werkt dit in de praktijk? BASF heeft zichzelf SMART doelen opgelegd; zo wil men de uitstoot van broeikasgassen binnen 4 jaar terugdringen met 40% en duurzaam watermanagement invoeren. Binnen 4 jaar wordt tenminste 70% van de toeleveranciers beoordeeld of ze wel voldoende duurzaam opereren. BASF koopt in op “fair trade” condities en ondersteunt locale coöperaties van boeren. Binnen 4 jaar moet het aandeel van de producten van BASF dat duurzaamheid in de waardeketen aanzienlijk verbetert sterk groeien en op tenminste 28% liggen. Dit wordt gemeten op 8 criteria: efficiënter grondstoffengebruik, stimuleren van biodiversiteit (inclusief hernieuwbare energie), terugdringen van klimaatverandering, verminderen van broeikaskassen, minder waterverbruik, bevorderen van veiligheid & gezondheid en tenslotte het bijdragen aan de millenniumdoelen van de VN. Om dit te bereiken werkt BASF samen in talloze netwerken. Kortom een mooi voorbeeld van sustainable business in de praktijk.

Frans Stel, lector International Business

Milestones naar meer duurzame energie: waterstofauto’s en kernfusie

Blog F Stel

Goed nieuws op de automobielmarkt: na berichten over sjoemelsoftware en dieselmotoren die veel meer vervuilen dan gedacht zijn nu de eerste waterstofauto’s inmiddels op de markt gekomen. In plaats van de fossiele brandstoffen zoals benzine of diesel te gebruiken, gebruiken ze waterstof. In plaats van uitstoot van allerlei nare gassen stoten ze alleen water uit. In California in de Verenigde Staten verkopen Toyota en BMW gezamenlijk auto’s die waterstof als brandstof hebben. Mercedes en Ford pakken het anders aan: ze verkopen ze geen waterstofauto’s, maar leasen ze. Gebruikers hoeven dus niet meer een auto aan te schaffen, maar betalen alleen voor gebruik. De belangrijkste obstakels bij het opschalen van waterstofauto’s zijn de infrastructuur (nog onvoldoende tankstations) en de kosten van de benodigde membranen. Deze membraankosten zullen bij grotere afname dalen. Dit is duidelijk een kip/ei situatie. Maar het eerste begin is er.

Daarnaast wordt er hard gewerkt aan kernfusie. Ik was in staat om met eigen ogen te zien wat de laatste ontwikkelingen zijn en bezocht het Canadese bedrijf GeneralFusion, een bedrijf dat in de Cleantech top 100 van de wereld staat van meest innovatie bedrijven (zie www.generalfusion.com).  In dit bedrijf is inmiddels $ 100 mln. geïnvesteerd, vooral uit de private sector (o.a. met een Nederlands venture capital fonds). Het bedrijf heeft inmiddels 125 patenten op z’n naam staan en is met veelbelovende technologieontwikkeling bezig. Veelbelovend omdat de ontwikkelingen in de kernfusie-industrie dezelfde trend kent als wat bij chips gebruikelijk is: iedere 2 jaar verdubbelt de capaciteit bij gelijkblijvende kosten (de zogenaamde Wet van Moore). In Frankrijk vinden grootschalige kernfusie-experimenten plaats met behulp van enorme magneten; in de USA gebeurt dit met  grote laserkanonnen. In Canada combineren ze beide technieken (lasers + magneten), waardoor men verwacht dat kernfusie eenvoudiger en goedkoper tot stand komt. Dit levert schone en duurzame energie op zonder de nadelen van kernsplitsing met z’n productierisico’s (Fukishima en Tjernobyl!) of radioactieve afval. Mochten er problemen ontstaan tijdens de productie stopt het kernfusieproces uit zichzelf. Als de verwachtingen waargemaakt worden verandert het energielandschap drastisch!

Frans Stel, lector International Business

 

China verzet de bakens

China heeft een sterke groei doorgemaakt, helaas ten koste van enorm veel milieuvervuiling. Een dagje de vieze lucht inademen in Beijing is vergelijkbaar met het vertoeven in een rokershok op een luchthaven. Enkele jaren wonen in Shanghai en artsen beschouwen zelfs sportieve asceten als een straffe roker. De Chinezen zijn dan ook vastbesloten om de vervuiling aan te pakken: de richtlijnen inmiddels strenger in China dan in een schone stad als Vancouver. De meest vervuilende fabrieken worden stilgelegd in bijvoorbeeld de energiesector, ijzer en staal- en cementindustrie. De capaciteit van afvalverwerkende installaties is inmiddels sterk uitgebreid. Ook wil men nu vaart maken met de transitie naar meer duurzame energie. Dat is lastig omdat China veel kolencentrales heeft. Om deze kolencentrales minder vervuilend te maken worden nieuwe zuiveringsinstallaties aangelegd. Het target in China’s plannen voor de uitstoot van CO2 in 2030 is een reductie van 60-65% ten opzichte van de uitstoot van 2005. Niet gering! Daarom zijn er grote investeringsbudgetten vastgesteld voor transitie naar duurzame energie zoals wind- en zonne-energie. In de periode 2015-2030 gaat het om een investering van 6.3 biljoen US $ (ofwel 6.300.000.000.0000 US $). Op deze gebieden zijn er grote kansen voor buitenlandse bedrijven.

Eén van de belangrijkste problemen van zakendoen met China is altijd de bescherming van kennis. Het standaardgrapje is dat Chinezen “copyright” altijd lezen als “the right to copy”. Inmiddels zijn er diverse nieuwe rechtbanken opgericht die dit probleem moeten verhelpen. In 2014 zijn al meer rechtszaken gevoerd over schenden van octrooien in China dan in de USA. Dit waren overigens wel vooral rechtszaken tussen Chinese partijen onderling (dus niet met buitenlandse partijen). China begint inmiddels ook zelf IP te ontwikkelen, dus handelt ook steeds meer uit eigenbelang om IP-bescherming beter te regelen. Kortom: twee voorbeelden die aangeven dat China de bakens verzet.

Frans Stel, lector International Business