Toegang tot onderwijs is van onschatbare waarde

Onlangs mocht ik weer gastcolleges geven bij een van de academies van Avans. Deze keer waren het de academies van de Associate Degrees die mij hadden uitgenodigd om een verhaal te vertellen over duurzaamheid en duurzaam ondernemen. Met dank aan Jan Crooijmans (Den Bosch), Fredo Siwaletti en Gerard Basset (Roosendaal) heb ik 2 heel leuke ochtenden gehad met 1ejaars AD-studenten die nog nooit van de Donut economie of de Sustainable Development Goals hadden gehoord. Circulaire economie was al wat meer bekend, maar dat er al allemaal producten zijn die bijvoorbeeld van plastic uit de oceaan zijn gemaakt– zoals sportschoenen en zwemkleding van Adidas – was nog niet breed bekend. Daar stond tegenover dat Boyan Slat, die met zijn eigen ontwerp de zeeën en oceanen wil verlossen van de grote drijvende eilanden van plastic, wel een zekere bekendheid had. Wat hij aan het doen is, is vaak in het nieuws en zijn Ocean Cleanup heeft ook op sociale media een grote aanwezigheid: https://www.theoceancleanup.com en @BoyanSlat.

Tijdens het college vroeg ik me toch wel af of ik niet te veel ellende over de studenten aan het uitstorten was. Het is ook niet niks al die maatschappelijke uitdagingen waar we voor staan: klimaatverandering en alle consequenties van dien als we daar niets aan doen en de ongelooflijke hoeveelheid plastic die we elke dag gebruiken en weggooien, daarvan komt dagelijks gemiddeld 20.425 ton in de zee terecht. Andere uitdagingen die ik noemde in het college, waren overgewicht en een mogelijk voedseltekort als we op weg gaan naar 10 miljard mensen op de planeet, de robotisering en digitalisering en de toekomst van werk. En dan heb ik het nog niet eens over de groeiende ongelijkheid en de migranten die het in eigen land zo slecht hebben dat ze een gevaarlijke overtocht naar Europa willen maken met op dit moment een kans van 1 op 5 dat ze verdrinken in de Middellandse zee.

Toen we gingen praten over hoe we ons eigen consumptiegedrag kunnen veranderen om zo de weg naar een duurzamere wereld gemakkelijker te maken, kwamen we ook op het gevoelige onderwerp van kinderarbeid en slavenarbeid. Tony Chocolonely is een producent van populaire chocoladerepen die reclame maakt met het feit dat hun chocola zonder slavenarbeid wordt gemaakt. In 2010 kwam ook deze duurzame onderneming negatief in het nieuws vanwege kinderarbeid bij het plukken van hazelnoten (http://www.u-producties.nl/actueel/131-hazelnoten-en-kinderhanden).
De Primark is een populaire kledingwinkel voor jongeren vooral vanwege de prijs. Dat bedrijf is al geruime tijd in opspraak vanwege de arbeidsomstandigheden bij hun toeleveranciers waar het de kleding laat maken. Jonge meisjes zouden onder erbarmelijke omstandigheden in die fabrieken aan het werk zijn. Maar ook in Nederland schijnen de arbeidsomstandigheden niet al te best te zijn (http://www.omroepbrabant.nl/?news/261782972/Voormalig+Primark-medewerkster+doorbreekt+zwijgplicht+Als+je+commentaar+had,+kon+je+vertrekken.aspx).

De vraag van een van de studenten was waarom we ons zo druk maken over kinderarbeid. Ze zorgen immers toch voor een bijdrage aan het gezinsinkomen. En omdat onderwijs duur zou zijn in ontwikkelingslanden, zouden de kinderen als ze niet kunnen werken toch niet naar school gaan. Het probleem met kinderarbeid is dat als je zo jong begint met werken en niet naar school gaat, je veroordeeld bent om altijd maar laagbetaalde baantjes te hebben en niet de mogelijkheid hebt om je te ontwikkelen en een betere baan te krijgen. Vaak zijn in gebieden met veel kinderarbeid de ouders werkloos omdat de kinderen voor minder geld werken.

We weten ook dat landen waar de burgers een hogere opleiding hebben, bedrijven en investeringen aantrekken wat betere banen oplevert en zorgt voor een verbetering van de economische ontwikkeling. Dus kinderarbeid is slecht voor de kinderen, hun ouders en de economie als geheel.

We staan in Nederland voor heel veel uitdagingen – noodzakelijke investeringen in duurzame energie en verduurzaming van de woningen en gebouwen – maar we zijn ons gelukkig wel bewust van de onschatbare waarde die goed onderwijs heeft voor de toekomst van onze kinderen. De introductie van de Associate Degrees zijn daar een mooi voorbeeld van.

Marleen Janssen Groesbeek, lector Sustainable Finanance and Accounting

Blockchain is veel meer dan een cryptomunt

De blockchain technologie is in de afgelopen jaren vaak in het nieuws geweest. De bekendste toepassing die van deze technologie gebruik maakt is de Bitcoin. De algemene opinie is dat de blockchain technologie veelbelovend is en kan worden ingezet om processen te optimaliseren en transparanter te maken. Met gebruikmaking van deze technologie kunnen ook toepassingen worden ontwikkeld die tot dusverre niet mogelijk zijn. Tijdens de Blockchain Innovation Conference (https://blockchaininnovationconference.com/) zijn veel concrete toepassingen gepresenteerd. Het is de vijfde keer dat het event is georganiseerd en dit jaar was het thema:
“Blockchain, from proof of concept to real world solutions”. Hieronder zal ik twee initiatieven die mij opvielen bespreken.

We.trade
De Rabobank lanceert deze maand de applicatie we.trade (https://www.we-trade.com/). Deze applicatie, die zij samen met buitenlandse bankinstellingen ontwikkeld hebben, faciliteert de internationale handel.
Internationale handel gaat gepaard met hoge risico’s (onder meer van financiële aard) en veel administratieve lasten. Dit belemmert het zakendoen over de grens.
We.trade verschaft meer zekerheid over de identiteit en betrouwbaarheid van handelspartners in het buitenland. De toepassing voorziet ook in een geautomatiseerde afhandeling van betalingen tussen partijen en automatiseert de documentenstroom.
De financiële risico’s en administratieve lasten in de supply chain worden hierdoor beperkt. De transparantie neemt toe waardoor financieringen makkelijker en tegen betere voorwaarden kunnen worden verkregen. Verder wordt via we.trade nog een commerciële marktplaats gecreëerd waarbij je, als deelnemer aan dit project, kunt zoeken naar betrouwbare zakenpartners in het buitenland.

GUTS
Maarten Bloemers is al succesvol met GUTS (https://guts.tickets/nl. De ondernemer heeft een applicatie ontwikkeld waarmee hij het ‘ticketing-probleem’ heeft aanpakt. Het gaat hier over de ongewenste situatie dat met veel (concert) kaartjes handel wordt gedreven waarbij kaartjes worden opgekocht en doorverkocht voor een veelvoud van de oorspronkelijke ticketprijs. Daarnaast wordt regelmatig gefraudeerd met tickets door kopieën te verkopen.
De ondernemer heeft dit opgelost met de introductie van een digitale ‘smart ticket’ (op een blockchain) die gekoppeld is aan een mobiel telefoonnummer en de telefoon zelf. De ticket kan nog wel worden doorverkocht aan derden maar alleen via een blockchain-transactie en tegen de oorspronkelijke ticketprijs. Hierdoor is frauderen onmogelijk geworden en is de handel in tickets niet langer lucratief.

Toekomstperspectief
Tijdens het event werd onderzoeksbureau Gartner gevraagd naar de verwachting voor wat betreft de toekomstige ontwikkelingen en effecten van blockchain technologie. Het bureau verwacht dat in de komende jaren nog veel initiatieven zullen opkomen en dat veel daarvan gaan mislukken omdat niet alleen technische vraagstukken moeten worden opgelost maar ook andere uitdagingen moeten worden opgepakt, bijvoorbeeld op het gebied van strategie en executie.

Netwerken
Ik heb op de conferentie veel mensen gesproken, waaronder een blockchain-programmeur en een student van TU-Delft die aan het afstuderen is op het onderwerp ‘smart-contracts’. Ook heb ik een student ontmoet die samen met anderen een bedrijf wil opzetten gericht op Smart Energy. Ze willen de financiering van hun plan regelen via een zogeheten initial coin offering. Verder heb ik nog bijgepraat met een collega van Hogeschool Utrecht, projectmanager implementatie Blockchainlab.

Als je ook interesse hebt in dit onderwerp en hierover van gedachten wilt wisselen stuur dan een berichtje naar df.nix@avans.nl.

Dick Nix is docent bij de Academie Financieel Management en ook actief als business developer bij incubator Ondernemersliftplus. Na de zomervakantie gaat hij bij het Lectoraat Finance & Sustainability onderzoek doen naar blockchain technologie.

Big Data and Managing in a Digital Economy

Big Data
The progress made in digital technology has led to ever faster computers and greater memory storage possibilities. Large amounts of data can now be collected, monitored and analysed and new opportunities arise for researchers. So in order to pick up as much information as possible from all over the world on my PhD theme, I visited the conference ‘Big Data and Managing in a Digital Economy’. It was attended by more than 400 researchers and practitioners. In addition to researchers in Human Resources Management, Management Consulting, and Organisational Behaviour, a lot of visitors were data scientist, AI researchers, econometrists, psychometrists and practitioners doing HR Analytics. This wonderful new world of datapoints, metrics, analyses, assessments, and data-driven anything has generated an industry of professionals, tools and practices.

Beautiful. Magnificent. Splendid.

Big Problems
In 2013 David Stillwell, together with Michael Kosinski and Thore Graepel, conducted a survey on the predictability of personality by the likings on Facebook, which is now known as YouAreWhatYouLike (YAWYL). More than a quarter of a million people participated, and (here’s the major scientific leap forward) their Big Five traits of personality were deduced from Facebook data! Now it was possible to target specific groups with special messages like upcoming events for the outgoing and advertisements for good locks & hinges or for the strong presidential candidate for the unstable.
At the Big Data conference, Stillwell discussed the ethical issues raised by this kind of projects (and this was only a month after the Cambridge Analytica disclosures). Understanding the psyche of a consumer or voter from their social media behavior can be both useful and harmful.

Nuria Oliver, Director of Research in Data Science at Vodafone, addressed these problems in her key note. The development of this new branch of science & technology is developing to a large extent behind the scenes by only a small group that still understands how it works! The worldwide financial crisis in 2008 had similar characteristics.
Just before departure, I bought a book by Jamie Bartlett about problems that technology is causing for democracy. Bartlett also refers to the YAWYL research, and he warns of the dangers of algorithms in politics. “We used to call this kind of thing propaganda. Now we call it ‘a behavioral approach to persuasive communication with quantifiable results’ ” (p. 83).

Solutions?
Nuria Oliver pleads for using big data for the good (for example for realising the Sustainable Development Goals), and offers six solutions that responsible scientists, analysts and consultants can use. (1) use centric approach, (2) the application of ethical principles, (3) algorithmic transparency, (4) discrimination-aware decision-making, (5) living labs and sandboxes (protected space in which computer programs can operate without disrupting other processes), and (6) multidisciplinary and diverse teams are a must.
Bartlett exceeds Oliver in the number of solutions. He has twenty, and they come down to more or less the same ideas, among others: (1) own your opinion, (2) a new digital ethics, (3) teach critical thinking, (4) new safety nets, (5) safe AI for good, and (6) future accountable governments.

Whether I wanted to leave my e-mail address to be able to send me the receipt, the lady from the bookshop asked. With the phrase “customers who bought this item also bought…” in my head, I said to her: “No, thank you very much.”

Jamie Bartlett ‘The people vs. Tech – How the Internet is killing Democracy (and how we save it). Ebury Press. London. April 2018
Also worth reading on this topic is Cathy O’Neill’s blog ‘MathBabe – Exploring and venting about quantitative issues’

Ineke van Kruining
Docent-onderzoeker

Indrukwekkend leiderschap aan de westkust van Noord Amerika

De regeringen van Oregon (USA), Washington (USA) en British Columbia (Canada) werken eendrachtig samen om de klimaatverandering af te wenden. De gouverneur van Washington, Jay Inslee, gaf aan hoe hij tien jaar geleden beschimpt werd in zijn staat toen hij een eerste Volt van General Motors ging rijden. Momenteel is er een wachtlijst van 35.000 mensen in zijn staat voor een elektrische auto. Voorbeeldgedrag is wel top down! John Horgan, de premier van BC, refereerde aan Canada’s beste ijshockeyer ever, Wayne Gretzky. Die was fameus om te schaatsen naar de plek waar de puck nu juist niet was maar wel snel ging komen… Regeren is vooruitzien! Goed om te zien dat er ondanks de federale afbraakpolitiek van Trump er genoeg ruimte overblijft voor leiderschap in de verschillende staten.
Het wordt tijdens dit inspirerende Globe congres steeds duidelijker dat de zeventien Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties steeds meer de internationale taal op het gebied van duurzaamheid begint te worden. In dat bestek is het interessant om de SDG binnen Avans Hogeschool steeds meer te gaan gebruiken zoals bijvoorbeeld bij de komende heroriëntatie van het Expertisecentrum Sustainable Business in mei.

Edwin Verlangen.

Investeren in duurzame innovaties

Interessante workshop op de Globe Conference over de rol van de overheid in relatie tot het entameren van innovaties op duurzaamheidsgebied in de private sector. Als voorbeeld werd gegeven dat iedere component van de moderne smartphone is ontstaan vanuit fundamenteel onderzoek in het publieke domein. De publieke sector moet feitelijk de ‘honger’ voeden van de private sector om te investeren in duurzame innovaties. Dat kan dus inhoudelijk vanuit fundamenteel, publiek bekostigd onderzoek maar ook door regelgeving, zoals ‘carbon pricing’ . Door Anthony Cox, Acting Director van het Environment Directorate van de OECD werd Nederland als positief voorbeeld genoemd, omdat CO2-footprint onderdeel is geworden van de aanbestedings policy. Onderwijs als onderdeel van de publieke sector kan een eigen rol spelen. Door jonge mensen intensief te betrekken in de nieuwste ontwikkelingen rond Sustainable Business ontstaat een nieuwe generatie professionals die geleerd hebben om de toekomst van een leefbare wereld centraal te stellen. Een mooie opdracht voor Avans Hogeschool!

Edwin Verlangen

Globe Conference 2018 deel 2

Canada begrijpt inmiddels dat haar bossen eindig zijn (dat is lang niet zo geweest: lees Schorshuiden van Annie Proulx). Klimaatverandering heeft zo zijn gevolgen en Canada is rijp voor a new way of thinking: een eco-system approach. Dat betekent forse investeringen in het management van de bossen. Doel is om te zorgen dat deze hoogste biomassa per capita ook voor een voorspelbare supply kan zorgen: ofwel ‘derisking the commercialisation’. Met banen voor de oorspronkelijke bewoners (die enorm geleden hebben onder de exploitatie van hun bossen) zodat ook zij kunnen meeprofiteren.

Naast gebruik van hout voor biomassa ziet Canada toekomst in versterkt hout voor gebouwen. De houtlobby zegt dat hout nu eenmaal duurzamer is dan beton en staal en bovendien warm overkomt. Het is ook niet langer een zwakker materiaal: nieuw ontwikkeld hout uit sneller groeiende bossen levert ‘mass timber’ dat vuurbestendig is en waarmee je hoger kunt bouwen. Lokale overheden beschouwen het daarom inmiddels als eerste keus bouwmateriaal. Er is een gigantisch potentieel en Canada zoekt naar internationale markten voor haar duurzame houtmerken. Gesteund door een houtlobby die beton en staal als minder duurzaam wegzet en geen oog heeft voor de positieve impact van hergebruik.

Han van Son

Globe conference 2018

Corporate engagement voor duurzaamheid wordt gedreven door het besef van risico. Nestlé bijvoorbeeld investeert in water stewardship en responsible packaging omdat ze reputationele and operationele stress voelen. Hun risicoprofiel en kostenperspectief verslechteren, dus actie is nodig. Ook investeerders en beleggers voelen de druk van duurzaamheidsrisico’s: zij vragen zich af wat de negatieve impact van de footprint van de bedrijven in hun portfolio is. Meer en meer investeerders komen daarom met environmental funds waarin alleen plaats is voor duurzaam werkende bedrijven. Dat verhoogt de urgentie voor bedrijven om te kiezen voor duurzame oplossingen. Maar waar begin je en hoe krijg je grip op de complexiteit van relevante externalities? Bedrijven hebben moeite om dat beeld compleet te krijgen en de juiste data te verzamelen en te interpreteren. Eén standaard of bench mark – bijvoorbeeld voor het gebruik van water – zou handig zijn, maar wordt dat dan een bedrijfsspecifieke of juist openbare tool? Daarom is het goed als alle stakeholders in dialoog de supply chain borgen door te werken met herkenbare data en standaarden. Zodat er veilig en betaalbaar drinkwater is voor iedereen (SDG 6) en er voor bedrijven als Nestlé nog steeds een business case in zit.

Han van Son

SDG’s en de early adopters

In 2015 lanceerde de Verenigde Naties de Global Goals for Sustainable Development en daagde het bedrijfsleven uit hiermee aan de slag te gaan. Drie jaar later wordt tijdens de Globe Conferentie in Vancouver de balans opgemaakt met een aantal early adopters van deze SDG’s: Goldcorp, Ceasars Entertainment en Dow Chemical. Deze bedrijven geven aan dat de SDG’s voor hun bedrijf als een nieuwe impuls beschouwd werden om op een andere manier met duurzaamheid om te gaan. Niet alleen vanuit de milieu invalshoek maar ook vanuit de sociale en economische invalshoek. Werken met SDG’s opent ook mogelijkheden om eenzelfde taal te spreken en gedeelde verhalen te vertellen over duurzaamheid en hiermee te inspireren en van elkaar te kunnen leren. Bij alle drie de bedrijven gaat het werken aan de SDG’s gepaard met het tegelijkertijd handhaven van een gezonde financiële bedrijfshuishouding en heeft het geleid tot meer samenwerking met andere bedrijven om een aantal specifieke doelen te bereiken. Nieuwe partnerschappen ontstaan en cross-overs met andere bedrijven die op voorhand niet meteen als logische partners werden gezien: er ontstaan nieuwe businessmodellen en nieuwe vormen van waardecreatie. Wat vooral opvalt in de discussie is dat bij deze, grote, traditionele bedrijven het werken met SDG’s leidt tot een daadwerkelijke bijdrage aan het duurzamer maken van onze planeet, niet alleen vanuit milieuperspectief, maar zeker ook vanuit sociaal perspectief: kansen voor kinderen, schoner drinkwater en een verbetering van de gezondheid van zwakkere groepen in de samenleving.

Nies Rijnders

De rijdende winkel: back to the future?

De rijdende winkel, de zogenaamde SRV-wagen lijkt een fenomeen uit vroeger tijden. Voor de jongeren onder ons even een toelichting. Het gaat hier om een rijdende mini-supermarkt die met een klein maar zo compleet mogelijk assortiment de straten langs rijdt. Hoe laat de wagen komt weet je ongeveer, maar nooit precies. Er rijden nog ongeveer 200 rijdende winkels rond in Nederland, vooral in plattenlandsgebieden waar geen winkels meer zijn. En er komen zelfs bij! Zo is in Tilburg Tonneke’s rijdende winkel gestart, reclame maken doet Tonneke via facebook, dat dan weer wel. Vooral ouderen staan in de rij als de winkel aankomt. Je betaalt iets meer, maar hoeft de deur niet uit en wordt persoonlijk geholpen. Een rijdende winkel is niet een onderneming waar je rijk van wordt, maar het voorziet wel in een behoefte.

Persoonlijk ben ik al sinds een jaar of tien een grote fan van de rijdende winkel Albert. Ja zeker, ik ben een early adopter van de Albert Heijn online boodschappenservice! Ik bestel online en een of enkele dagen later komt mijn rijdende winkel gedurende het vooraf afgesproken tijdsinterval bezorgen. In het begin was er nog wel eens een logistiek probleempje. Dan bleek mijn bestelling niet compleet omdat er een product niet op voorraad was of ik kon niet bestellen wat ik in de winkel altijd kocht omdat het online assortiment beperkter was. Maar die tijd is voorbij en de online bestelsite weet ondertussen haarfijn aan te geven wat ik vaak bestel en dus waarschijnlijk nu ook weer nodig heb. Als trouwe klant krijg ik regelmatig een gratis product bij mijn bestelling, gewoon om te proberen. Eigenlijk is de Albert net een moderne SRV-wagen toch? Het enige wat ik mis is het contact met een vaste bezorger. Want die bezorging is volgens mij een grote pool van freelancers en deeltijdwerkers die ingezet worden door het hele land. Ook supermarkten schijnen trouwens nog niet rijk te worden van hun online bezorgdiensten, maar de groei zit er wel flink in.

Een duurzame kritiek op online winkelen is dat het tot veel retourneren en daardoor extra vervoersstromen leidt. Dat gaat voor online supermarkten niet op, want retourneren speelt nagenoeg geen rol. Sterker nog, volgens mij is het milieutechnisch beter om een vrachtwagen te laten rondrijden dan dat iedere consument individueel met zijn auto naar de winkel rijdt. Bovendien stelt een online supermarkt je in staat veel meer te bestellen dan dat er in je auto past. Alles wat ik vaak en veel nodig heb, sla ik rijkelijk in. Waar dat in de begintijden veel luiers waren, bestaat mijn bestelling tegenwoordig standaard uit heel veel cola en cornflakes.

Waar ik de online bezorgservice al als een rijdende winkel in een modern jasje beschouw, kan het nog een slag futuristischer. In Californië werd de robomart geïntroduceerd, de zelfrijdende supermarkt (www.robomart.com). De consument kan via een app de robomarts in de buurt traceren, er een oproepen en vervolgens zelfstandig producten uit de wagen, of moet ik zeggen de robot, halen. De robomart registreert welke producten er zijn weggenomen en brengt deze in rekening. Handig, maar niet zo gezellig. Volgens de leverancier is de robomart bijzonder duurzaam voor het milieu (een plusje voor de Planet), de P van People is wel wat gemarginaliseerd en of het ook voldoende Profit oplevert? Dat zal de toekomst leren.

Jorna Leenheer, Lector New Marketing

Klantenkaart of klantenapp: wat is uw keuze?

Veel Nederlandse retailers hebben in het verleden een klantenkaartprogramma geïntroduceerd en vrijwel iedere Nederlander loopt tegenwoordig dan ook met een of meer plastic klantenkaarten op zak. Met een dergelijke kaart kun je punten sparen, (persoonlijke) kortingen krijgen, uitgenodigd worden voor speciale koopavonden, regelmatig geïnformeerd worden, etc. Waar ook vrijwel iedere Nederlander mee op zak loopt is een mobiele telefoon. Wat ligt dan meer voor de hand dan de plastic kaart te vervangen en te transformeren tot een loyalty app. Dat scheelt plastic (goed voor het milieu!), is handiger voor consumenten, maar biedt ook meer mogelijkheden voor de retailer.

In de afgelopen periode deden twee studenten (een Avans-student en een universitaire student) gezamenlijk onderzoek naar dit onderwerp bij een grote Nederlandse kledingretailer, een met een sterke merknaam en loyale klantenkring. We noemen geen namen, maar het gaat om de grootste zelfstandige moderetailer van Nederland. Daarbij werd onder meer een conjoint-studie uitgevoerd onder de huidige klantenkaarthouders. Steeds werd aan de consument twee mogelijke loyalty apps getoond en moest hij de keuze maken tussen een van beide en de optie om bij de oude vertrouwde klantenkaart te blijven. Iedere respondent maakte twaalf verschillende keuzes waarbij het design van de loyalty apps steeds werd aangepast.

De belangrijkste bevindingen:
– Het allerbelangrijkst vindt men dat het spaarprogramma wordt geïntegreerd in de app. Daarbij wil men vooral ook de mogelijkheid hebben om spaarpunten in te wisselen op een moment dat men dat zelf uitkomt in plaats van op vaste momenten in het jaar zoals nu het geval is. Daarnaast ziet men ook graag dat de webshop wordt geïntegreerd in de app. Dit is echter geen noodzakelijke voorwaarde, terwijl deze integratie wel een behoorlijke investering vereist.
– Men is zeker bereid persoonlijke informatie te geven: contactgegevens, maar ook kledingvoorkeuren. Men is namelijk overtuigd dat dit ook persoonlijk voordeel oplevert, zoals in de vorm van persoonlijke suggesties en aanbiedingen. Maar het heeft wel zijn grens, zo roept het opgeven van maten veel weerstand op.
– Er zijn drie klantsegmenten te onderscheiden: de grootste groep prefereert vrijwel altijd een app boven een klantenkaart (ruim 50% in ons geval, percentage kan bij retailers met een jonge doelgroep zeker hoger liggen), een tweede groep (20%) die onder geen enkele conditie een app prefereert boven een kaart en een middengroep (30%) die soms voor een app kiest en soms voor een kaart.
– De middengroep is in twee subgroepen te onderscheiden. Allereerst de privacy-gevoeligen die in tegenstelling tot het gemiddelde beeld veel weerstand hebben om informatie te delen, ten tweede de spaarders die vooral voor de app kiezen als het meer direct financieel voordeel oplevert, binnen het spaarprogramma of middels kortingen.

Hoewel het onderzoek veel inzicht bood, zijn er ook nog voldoende vervolgvragen. Allereerst de generalisering van de resultaten. We zijn dan ook een tweede onderzoek aan het uitvoeren bij een concullega. Ten tweede is de vraag hoe ver je wilt gaan met het personaliseren en differentiëren. Zo kun je denken aan het indelen in zogenaamde tiers, zoals ook frequent flyerprogramma’s die hebben. Mogelijk ook interessant in een aangepaste vorm in detailhandel; ook hier is een vervolgonderzoek over gestart. Een derde vraag is in hoeverre een klantenapp ook niet moet samengaan met medewerkersapp. Dat biedt vele mogelijkheden om informatie tijdens verkoopgesprekken te gebruiken en verrijken.

Er zit dus nog wel toekomstmuziek in de loyaliteitsprogramma’s binnen de detailhandel; we blijven de ontwikkelingen op de voet volgen.

Jorna Leenheer, Lector New Marketing.

De bevindingen zijn gebaseerd op onderzoek van Vincent Bilderdijk en Stella van Aalst, onderdeel van het @Yourservice project. Een eindrapport wordt in de loop van 2018 verwacht.