The Science of Well-being. Geluk kun je leren, en klimaatdoelen halen ook

Je zou er depressief van worden. De noodzaak voor maatregelen om opwarming van de aarde tegen te gaan wordt steeds duidelijker. Toch voelen we de urgentie niet echt. Het handboek uit de klimaattop in Katowice staat bol staan van de compromissen, en dan hebben we het nog niet over hoe landen er in gaan slagen om zich zelfs aan deze weinig ambitieuze afspraken te houden. Hoe komt dat toch? Wat kunnen we eraan doen?

In de Volkskrant van zaterdag 15 december 2018 lees ik een interview met Laurie Santos, hoogleraar psychologie aan Yale. De titel van het stuk is Geluk kun je leren. Ze woont sinds twee jaar op de campus van Yale, tussen de studenten. Ze merkte dat veel studenten niet gelukkig zijn, ondanks hun bevoorrechte positie aan een van de beste universiteiten van de wereld. Ze onderzocht hoe dat kwam en ontwikkelde een collegereeks ‘The Science of Well-being’. Het werd in no time de best bezochte cursus in de historie van Yale. Haar boodschap is relevant voor hoe we ons leven inrichten en waarom we geneigd zijn om steeds meer spullen te kopen, ook al worden we daar niet gelukkig van. Haar boodschap is dat het in ons brein ontbreekt aan motiverende mechanismen om dingen te doen die ons gelukkig maken. We zijn nog steeds geprogrammeerd om te gaan voor vlees, vet en suiker omdat dat vroeger zeldzame delicatessen waren, en niet voor groenten, want die waren er genoeg. Verder bepalen we onze status vooral door vergelijken met anderen. Dat doen we steeds meer via social media, waar iedereen vooral de positieve kanten deelt. Vergelijken met anderen die meer lijken te hebben kan een gevoel geven van niet achter willen blijven, maar ook als we meer krijgen is het gevoel van geluk van korte duur. De wetenschappelijke inzichten over waar we dan wel gelukkig van worden zijn behoorlijk antikapitalistisch. We worden gelukkig van mooie ervaringen, niet van spullen (hoewel er natuurlijk wel een ondergrens is, maar daarboven wennen we heel snel aan nieuwe hebbedingen en is de lol van iets nieuws er snel weer af).Terwijl onze maatschappij voortdurend zegt: ongelukkig? Koop iets.
Hoe kunnen we hieraan ontsnappen? De belangrijkste tips van Laurie Santos zijn:

• Investeer in ervaringen in plaats van producten
• Slaap meer, dan ben je minder gestrest en heb je minder behoefte om die stress te bestrijden met verslavende zaken als eten, drinken, gokken en ‘op je telefoon zitten’
• Oefen in Mindfulness, in genieten van het moment
• Besteed meer tijd aan life contacten, veel tijd aan social media besteden maakt eenzamer en ontevredener
• Tel je zegeningen, wees blij met wat je hebt en kijk niet teveel naar wat niet hebt

Ik vind de boodschap van Laurie Santos hoopgevend. Ze zegt: “Geluk is te leren. 40 procent van je geluksniveau is iets dat je zelf kunt veranderen, 50 procent van je levensgeluk is ingebouwd, 10 procent wordt bepaald door de omstandigheden waarin je verkeert: of je rijk bent, of in een fijn land zoals Nederland woont.” Als geluk (of als dat u meer aanspreekt: een gevoel van welbevinden) te leren is, en als geluk vooral te maken te heeft met andere dingen dan nog meer produceren en consumeren, dan biedt dat een mooie basis voor anders met elkaar en onze aarde omgaan. Door te oefenen kunnen we onszelf anders gaan programmeren. Het sluit ook aan bij mijn overtuiging dat kennis, weten wat er moet gebeuren, niet genoeg is om je gedrag te veranderen. We zijn lijfelijke wezens en blijven zaken anders zien (lekkere slagroomtaart, sappige biefstuk, een vette sportauto), ook al weten we wat de gevolgen zijn. Je moet oefenen, kleine stappen zetten om nieuwe gewoonten te ontwikkelen. Daar kunnen we elkaar bij helpen. Zeker als docenten en onderzoekers hebben we daar een rol in te spelen door samen met studenten hiermee aan de slag te gaan. Misschien elke les of bijeenkomst even beginnen met een oefening in welbevinden?

De cursus ‘The Science of Well-being’ van Laurie Santos biedt wetenschappelijke inzichten en ook oefeningen. De cursus is als open source te volgen op https://www.coursera.org/learn/the-science-of-well-being.Van harte aanbevolen. Voor nu wens ik iedereen een tevreden 2019, op weg naar een economie van welbevinden.

Dr. Tonnie van der Zouwen MCM, lector Sustainable Working and Organising

Toyota Pragmatic System

‘De filosofie van Toyota is om voortdurend te verbeteren en verspillingen te elimineren, of dat nu direct iets oplevert of niet.’

Enige tijd geleden was ik met een groep studenten in Porto. Een van de bedrijfsbezoeken was een bezoek aan een Toyota-distributiecentrum. Ruim tien jaar geleden bezocht ik een Toyota-fabriek in Japan en wat me daar opviel, was het enorme pragmatisme van het Toyota Production System. Geen mooie borden, maar wel praktische. Geen fancy ideeënsysteem, maar wel een gedragen. Hoe zou dat bij een Toyotavestiging in Europa zijn?

Respect for people
Veel bedrijven die ik bezoek, zetten tegenwoordig veiligheid op één, kwaliteit op twee en efficiëntie op drie. Vaak zijn er echter vele excuses waarom nu toch moet worden doorgewerkt, waardoor in de praktijk niets terecht komt van die volgorde. Toyota stelt ook dezelfde prioriteiten, maar uit de vele voorbeelden blijkt ook de daadwerkelijke toepassing. Zo lopen medewerkers bij toerbeurt inspectierondes om veiligheidspunten te vinden. Intussen zijn er 265 punten gevonden, waarvan 258 opgelost. Een voorbeeld daarvan zijn de gevaarlijke stoffen die niet meer hoog in rekken staan, maar op de vloer, zodat ze minder snel beschadigen.
Ook ergonomie is, met intussen een gemiddelde leeftijd van 51 jaar, een belangrijk aandachtspunt. De locatiemanager van Toyota vertelde: “Ik was onlangs op bezoek bij een ander bedrijf en de directeur daar vertelde dat hij een medewerker erop had aangesproken dat hij klaagde over pijn in de rug, maar dat hij eerst eens zou moeten stoppen met marathons lopen. Bij ons komt dat niet voor. Het kan best zijn dat de privésituatie van belang is, maar wij kijken wat we in het werk kunnen doen. Zo hebben we bijvoorbeeld de karren, die medewerkers bij het order picken gebruiken, verhoogd door er een paar kunststof bakken op te schroeven. Het kost ons niets, maar medewerkers hoeven niet zo vaak en ver meer te bukken. Dat heet respect for people.”

Muda
Dergelijke verbeteringen, waarbij geen dure middelen worden aangeschaft, maken deel uit van het voortdurend elimineren van “muda”, verspillingen. Veel voorkomende verspillingen in een distributiecentrum zijn beweging, door het moeten ophalen van artikelen in het magazijn, en ruimtebeslag door opslag van voorraden. Om beweging te voorkomen, werden kaizen-activiteiten gestart, die in totaal drie jaar zouden duren. Dat leidde tot een andere indeling van het magazijn, waarbij “snellopers”, niet meer op de eerste verdieping werden opgeslagen, maar op de begane grond. Niet bedacht door adviseurs met laptops, maar door medewerkers die de werkzaamheden dagelijks uitvoeren. Door de afname in beweging, was het mogelijk om de tijd die was benodigd voor een orderpickronde fors terug te brengen, waardoor een productiviteitsverbetering van 33 procent werd bereikt!
Ook ruimtebeslag wordt gezien als waste, dus waren verbeteracties ook gericht op het terugdringen ervan. Bijvoorbeeld door te kijken naar de hoogte van pallets. Elke pallet is 12,5 centimeter hoog. Stapel je 4 pallets op elkaar, dan verlies je een halve meter hoogte. Met het gebruik van legborden voorkom je dat grotendeels. Het gaat echter nog verder. Zo toonde de locatiemanager trots hoe wordt omgegaan met een pilaar die midden in een stelling staat. Vaak wordt die plaats leeg gelaten, maar bij Toyota werd de doos waarin de artikelen worden opgeslagen aangepast, door er een hoek uit te halen. Daardoor past deze op de betreffende opslaglocatie en kan de ruimte efficiënt worden benut.

Lange termijn
Hoe zinvol zijn dergelijke verbeteringen als je al opslagruimte over hebt? Veel westerse bedrijven zouden al veel eerder zijn gestopt met het verminderen van ruimtebeslag. De filosofie van Toyota is echter om voortdurend te verbeteren en verspillingen te elimineren, of dat nu direct iets oplevert of niet. Op langere termijn zal dat zeker het geval zijn. Zo ontstond in eerste instantie overcapaciteit in opslagruimte. Toen na enkele jaren het centrale Europese distributiecentrum ruimte tekort kwam, kon daardoor de opslag van een aantal artikelen naar Porto worden gebracht. Zo betaalt het continu verbeteren zich op termijn uit.

Verbeteren is gratis
Continu verbeteren, op een hele pragmatische manier, vind ik wel een van de grote lessen van Toyota. Volgens de locatiemanager in Porto kost dat ook niets. De materialen die je kunt gebruiken, heb je toch al in huis, net als de medewerkers die iets moeten verbeteren. Zowel het gebruiken van uitzendkrachten als het ontslaan van medewerkers komt namelijk niet voor.

Ton van Kollenburg
Lector Improving Business
Expertisecentrum Sustainable Business

Toegang tot onderwijs is van onschatbare waarde

Onlangs mocht ik weer gastcolleges geven bij een van de academies van Avans. Deze keer waren het de academies van de Associate Degrees die mij hadden uitgenodigd om een verhaal te vertellen over duurzaamheid en duurzaam ondernemen. Met dank aan Jan Crooijmans (Den Bosch), Fredo Siwaletti en Gerard Basset (Roosendaal) heb ik 2 heel leuke ochtenden gehad met 1ejaars AD-studenten die nog nooit van de Donut economie of de Sustainable Development Goals hadden gehoord. Circulaire economie was al wat meer bekend, maar dat er al allemaal producten zijn die bijvoorbeeld van plastic uit de oceaan zijn gemaakt– zoals sportschoenen en zwemkleding van Adidas – was nog niet breed bekend. Daar stond tegenover dat Boyan Slat, die met zijn eigen ontwerp de zeeën en oceanen wil verlossen van de grote drijvende eilanden van plastic, wel een zekere bekendheid had. Wat hij aan het doen is, is vaak in het nieuws en zijn Ocean Cleanup heeft ook op sociale media een grote aanwezigheid: https://www.theoceancleanup.com en @BoyanSlat.

Tijdens het college vroeg ik me toch wel af of ik niet te veel ellende over de studenten aan het uitstorten was. Het is ook niet niks al die maatschappelijke uitdagingen waar we voor staan: klimaatverandering en alle consequenties van dien als we daar niets aan doen en de ongelooflijke hoeveelheid plastic die we elke dag gebruiken en weggooien, daarvan komt dagelijks gemiddeld 20.425 ton in de zee terecht. Andere uitdagingen die ik noemde in het college, waren overgewicht en een mogelijk voedseltekort als we op weg gaan naar 10 miljard mensen op de planeet, de robotisering en digitalisering en de toekomst van werk. En dan heb ik het nog niet eens over de groeiende ongelijkheid en de migranten die het in eigen land zo slecht hebben dat ze een gevaarlijke overtocht naar Europa willen maken met op dit moment een kans van 1 op 5 dat ze verdrinken in de Middellandse zee.

Toen we gingen praten over hoe we ons eigen consumptiegedrag kunnen veranderen om zo de weg naar een duurzamere wereld gemakkelijker te maken, kwamen we ook op het gevoelige onderwerp van kinderarbeid en slavenarbeid. Tony Chocolonely is een producent van populaire chocoladerepen die reclame maakt met het feit dat hun chocola zonder slavenarbeid wordt gemaakt. In 2010 kwam ook deze duurzame onderneming negatief in het nieuws vanwege kinderarbeid bij het plukken van hazelnoten (http://www.u-producties.nl/actueel/131-hazelnoten-en-kinderhanden).
De Primark is een populaire kledingwinkel voor jongeren vooral vanwege de prijs. Dat bedrijf is al geruime tijd in opspraak vanwege de arbeidsomstandigheden bij hun toeleveranciers waar het de kleding laat maken. Jonge meisjes zouden onder erbarmelijke omstandigheden in die fabrieken aan het werk zijn. Maar ook in Nederland schijnen de arbeidsomstandigheden niet al te best te zijn (http://www.omroepbrabant.nl/?news/261782972/Voormalig+Primark-medewerkster+doorbreekt+zwijgplicht+Als+je+commentaar+had,+kon+je+vertrekken.aspx).

De vraag van een van de studenten was waarom we ons zo druk maken over kinderarbeid. Ze zorgen immers toch voor een bijdrage aan het gezinsinkomen. En omdat onderwijs duur zou zijn in ontwikkelingslanden, zouden de kinderen als ze niet kunnen werken toch niet naar school gaan. Het probleem met kinderarbeid is dat als je zo jong begint met werken en niet naar school gaat, je veroordeeld bent om altijd maar laagbetaalde baantjes te hebben en niet de mogelijkheid hebt om je te ontwikkelen en een betere baan te krijgen. Vaak zijn in gebieden met veel kinderarbeid de ouders werkloos omdat de kinderen voor minder geld werken.

We weten ook dat landen waar de burgers een hogere opleiding hebben, bedrijven en investeringen aantrekken wat betere banen oplevert en zorgt voor een verbetering van de economische ontwikkeling. Dus kinderarbeid is slecht voor de kinderen, hun ouders en de economie als geheel.

We staan in Nederland voor heel veel uitdagingen – noodzakelijke investeringen in duurzame energie en verduurzaming van de woningen en gebouwen – maar we zijn ons gelukkig wel bewust van de onschatbare waarde die goed onderwijs heeft voor de toekomst van onze kinderen. De introductie van de Associate Degrees zijn daar een mooi voorbeeld van.

Marleen Janssen Groesbeek, lector Sustainable Finanance and Accounting

Blockchain is veel meer dan een cryptomunt

De blockchain technologie is in de afgelopen jaren vaak in het nieuws geweest. De bekendste toepassing die van deze technologie gebruik maakt is de Bitcoin. De algemene opinie is dat de blockchain technologie veelbelovend is en kan worden ingezet om processen te optimaliseren en transparanter te maken. Met gebruikmaking van deze technologie kunnen ook toepassingen worden ontwikkeld die tot dusverre niet mogelijk zijn. Tijdens de Blockchain Innovation Conference (https://blockchaininnovationconference.com/) zijn veel concrete toepassingen gepresenteerd. Het is de vijfde keer dat het event is georganiseerd en dit jaar was het thema:
“Blockchain, from proof of concept to real world solutions”. Hieronder zal ik twee initiatieven die mij opvielen bespreken.

We.trade
De Rabobank lanceert deze maand de applicatie we.trade (https://www.we-trade.com/). Deze applicatie, die zij samen met buitenlandse bankinstellingen ontwikkeld hebben, faciliteert de internationale handel.
Internationale handel gaat gepaard met hoge risico’s (onder meer van financiële aard) en veel administratieve lasten. Dit belemmert het zakendoen over de grens.
We.trade verschaft meer zekerheid over de identiteit en betrouwbaarheid van handelspartners in het buitenland. De toepassing voorziet ook in een geautomatiseerde afhandeling van betalingen tussen partijen en automatiseert de documentenstroom.
De financiële risico’s en administratieve lasten in de supply chain worden hierdoor beperkt. De transparantie neemt toe waardoor financieringen makkelijker en tegen betere voorwaarden kunnen worden verkregen. Verder wordt via we.trade nog een commerciële marktplaats gecreëerd waarbij je, als deelnemer aan dit project, kunt zoeken naar betrouwbare zakenpartners in het buitenland.

GUTS
Maarten Bloemers is al succesvol met GUTS (https://guts.tickets/nl. De ondernemer heeft een applicatie ontwikkeld waarmee hij het ‘ticketing-probleem’ heeft aanpakt. Het gaat hier over de ongewenste situatie dat met veel (concert) kaartjes handel wordt gedreven waarbij kaartjes worden opgekocht en doorverkocht voor een veelvoud van de oorspronkelijke ticketprijs. Daarnaast wordt regelmatig gefraudeerd met tickets door kopieën te verkopen.
De ondernemer heeft dit opgelost met de introductie van een digitale ‘smart ticket’ (op een blockchain) die gekoppeld is aan een mobiel telefoonnummer en de telefoon zelf. De ticket kan nog wel worden doorverkocht aan derden maar alleen via een blockchain-transactie en tegen de oorspronkelijke ticketprijs. Hierdoor is frauderen onmogelijk geworden en is de handel in tickets niet langer lucratief.

Toekomstperspectief
Tijdens het event werd onderzoeksbureau Gartner gevraagd naar de verwachting voor wat betreft de toekomstige ontwikkelingen en effecten van blockchain technologie. Het bureau verwacht dat in de komende jaren nog veel initiatieven zullen opkomen en dat veel daarvan gaan mislukken omdat niet alleen technische vraagstukken moeten worden opgelost maar ook andere uitdagingen moeten worden opgepakt, bijvoorbeeld op het gebied van strategie en executie.

Netwerken
Ik heb op de conferentie veel mensen gesproken, waaronder een blockchain-programmeur en een student van TU-Delft die aan het afstuderen is op het onderwerp ‘smart-contracts’. Ook heb ik een student ontmoet die samen met anderen een bedrijf wil opzetten gericht op Smart Energy. Ze willen de financiering van hun plan regelen via een zogeheten initial coin offering. Verder heb ik nog bijgepraat met een collega van Hogeschool Utrecht, projectmanager implementatie Blockchainlab.

Als je ook interesse hebt in dit onderwerp en hierover van gedachten wilt wisselen stuur dan een berichtje naar df.nix@avans.nl.

Dick Nix is docent bij de Academie Financieel Management en ook actief als business developer bij incubator Ondernemersliftplus. Na de zomervakantie gaat hij bij het Lectoraat Finance & Sustainability onderzoek doen naar blockchain technologie.

Big Data and Managing in a Digital Economy

Big Data
The progress made in digital technology has led to ever faster computers and greater memory storage possibilities. Large amounts of data can now be collected, monitored and analysed and new opportunities arise for researchers. So in order to pick up as much information as possible from all over the world on my PhD theme, I visited the conference ‘Big Data and Managing in a Digital Economy’. It was attended by more than 400 researchers and practitioners. In addition to researchers in Human Resources Management, Management Consulting, and Organisational Behaviour, a lot of visitors were data scientist, AI researchers, econometrists, psychometrists and practitioners doing HR Analytics. This wonderful new world of datapoints, metrics, analyses, assessments, and data-driven anything has generated an industry of professionals, tools and practices.

Beautiful. Magnificent. Splendid.

Big Problems
In 2013 David Stillwell, together with Michael Kosinski and Thore Graepel, conducted a survey on the predictability of personality by the likings on Facebook, which is now known as YouAreWhatYouLike (YAWYL). More than a quarter of a million people participated, and (here’s the major scientific leap forward) their Big Five traits of personality were deduced from Facebook data! Now it was possible to target specific groups with special messages like upcoming events for the outgoing and advertisements for good locks & hinges or for the strong presidential candidate for the unstable.
At the Big Data conference, Stillwell discussed the ethical issues raised by this kind of projects (and this was only a month after the Cambridge Analytica disclosures). Understanding the psyche of a consumer or voter from their social media behavior can be both useful and harmful.

Nuria Oliver, Director of Research in Data Science at Vodafone, addressed these problems in her key note. The development of this new branch of science & technology is developing to a large extent behind the scenes by only a small group that still understands how it works! The worldwide financial crisis in 2008 had similar characteristics.
Just before departure, I bought a book by Jamie Bartlett about problems that technology is causing for democracy. Bartlett also refers to the YAWYL research, and he warns of the dangers of algorithms in politics. “We used to call this kind of thing propaganda. Now we call it ‘a behavioral approach to persuasive communication with quantifiable results’ ” (p. 83).

Solutions?
Nuria Oliver pleads for using big data for the good (for example for realising the Sustainable Development Goals), and offers six solutions that responsible scientists, analysts and consultants can use. (1) use centric approach, (2) the application of ethical principles, (3) algorithmic transparency, (4) discrimination-aware decision-making, (5) living labs and sandboxes (protected space in which computer programs can operate without disrupting other processes), and (6) multidisciplinary and diverse teams are a must.
Bartlett exceeds Oliver in the number of solutions. He has twenty, and they come down to more or less the same ideas, among others: (1) own your opinion, (2) a new digital ethics, (3) teach critical thinking, (4) new safety nets, (5) safe AI for good, and (6) future accountable governments.

Whether I wanted to leave my e-mail address to be able to send me the receipt, the lady from the bookshop asked. With the phrase “customers who bought this item also bought…” in my head, I said to her: “No, thank you very much.”

Jamie Bartlett ‘The people vs. Tech – How the Internet is killing Democracy (and how we save it). Ebury Press. London. April 2018
Also worth reading on this topic is Cathy O’Neill’s blog ‘MathBabe – Exploring and venting about quantitative issues’

Ineke van Kruining
Docent-onderzoeker

Indrukwekkend leiderschap aan de westkust van Noord Amerika

De regeringen van Oregon (USA), Washington (USA) en British Columbia (Canada) werken eendrachtig samen om de klimaatverandering af te wenden. De gouverneur van Washington, Jay Inslee, gaf aan hoe hij tien jaar geleden beschimpt werd in zijn staat toen hij een eerste Volt van General Motors ging rijden. Momenteel is er een wachtlijst van 35.000 mensen in zijn staat voor een elektrische auto. Voorbeeldgedrag is wel top down! John Horgan, de premier van BC, refereerde aan Canada’s beste ijshockeyer ever, Wayne Gretzky. Die was fameus om te schaatsen naar de plek waar de puck nu juist niet was maar wel snel ging komen… Regeren is vooruitzien! Goed om te zien dat er ondanks de federale afbraakpolitiek van Trump er genoeg ruimte overblijft voor leiderschap in de verschillende staten.
Het wordt tijdens dit inspirerende Globe congres steeds duidelijker dat de zeventien Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties steeds meer de internationale taal op het gebied van duurzaamheid begint te worden. In dat bestek is het interessant om de SDG binnen Avans Hogeschool steeds meer te gaan gebruiken zoals bijvoorbeeld bij de komende heroriëntatie van het Expertisecentrum Sustainable Business in mei.

Edwin Verlangen.

Investeren in duurzame innovaties

Interessante workshop op de Globe Conference over de rol van de overheid in relatie tot het entameren van innovaties op duurzaamheidsgebied in de private sector. Als voorbeeld werd gegeven dat iedere component van de moderne smartphone is ontstaan vanuit fundamenteel onderzoek in het publieke domein. De publieke sector moet feitelijk de ‘honger’ voeden van de private sector om te investeren in duurzame innovaties. Dat kan dus inhoudelijk vanuit fundamenteel, publiek bekostigd onderzoek maar ook door regelgeving, zoals ‘carbon pricing’ . Door Anthony Cox, Acting Director van het Environment Directorate van de OECD werd Nederland als positief voorbeeld genoemd, omdat CO2-footprint onderdeel is geworden van de aanbestedings policy. Onderwijs als onderdeel van de publieke sector kan een eigen rol spelen. Door jonge mensen intensief te betrekken in de nieuwste ontwikkelingen rond Sustainable Business ontstaat een nieuwe generatie professionals die geleerd hebben om de toekomst van een leefbare wereld centraal te stellen. Een mooie opdracht voor Avans Hogeschool!

Edwin Verlangen

Globe Conference 2018 deel 2

Canada begrijpt inmiddels dat haar bossen eindig zijn (dat is lang niet zo geweest: lees Schorshuiden van Annie Proulx). Klimaatverandering heeft zo zijn gevolgen en Canada is rijp voor a new way of thinking: een eco-system approach. Dat betekent forse investeringen in het management van de bossen. Doel is om te zorgen dat deze hoogste biomassa per capita ook voor een voorspelbare supply kan zorgen: ofwel ‘derisking the commercialisation’. Met banen voor de oorspronkelijke bewoners (die enorm geleden hebben onder de exploitatie van hun bossen) zodat ook zij kunnen meeprofiteren.

Naast gebruik van hout voor biomassa ziet Canada toekomst in versterkt hout voor gebouwen. De houtlobby zegt dat hout nu eenmaal duurzamer is dan beton en staal en bovendien warm overkomt. Het is ook niet langer een zwakker materiaal: nieuw ontwikkeld hout uit sneller groeiende bossen levert ‘mass timber’ dat vuurbestendig is en waarmee je hoger kunt bouwen. Lokale overheden beschouwen het daarom inmiddels als eerste keus bouwmateriaal. Er is een gigantisch potentieel en Canada zoekt naar internationale markten voor haar duurzame houtmerken. Gesteund door een houtlobby die beton en staal als minder duurzaam wegzet en geen oog heeft voor de positieve impact van hergebruik.

Han van Son

Globe conference 2018

Corporate engagement voor duurzaamheid wordt gedreven door het besef van risico. Nestlé bijvoorbeeld investeert in water stewardship en responsible packaging omdat ze reputationele and operationele stress voelen. Hun risicoprofiel en kostenperspectief verslechteren, dus actie is nodig. Ook investeerders en beleggers voelen de druk van duurzaamheidsrisico’s: zij vragen zich af wat de negatieve impact van de footprint van de bedrijven in hun portfolio is. Meer en meer investeerders komen daarom met environmental funds waarin alleen plaats is voor duurzaam werkende bedrijven. Dat verhoogt de urgentie voor bedrijven om te kiezen voor duurzame oplossingen. Maar waar begin je en hoe krijg je grip op de complexiteit van relevante externalities? Bedrijven hebben moeite om dat beeld compleet te krijgen en de juiste data te verzamelen en te interpreteren. Eén standaard of bench mark – bijvoorbeeld voor het gebruik van water – zou handig zijn, maar wordt dat dan een bedrijfsspecifieke of juist openbare tool? Daarom is het goed als alle stakeholders in dialoog de supply chain borgen door te werken met herkenbare data en standaarden. Zodat er veilig en betaalbaar drinkwater is voor iedereen (SDG 6) en er voor bedrijven als Nestlé nog steeds een business case in zit.

Han van Son

SDG’s en de early adopters

In 2015 lanceerde de Verenigde Naties de Global Goals for Sustainable Development en daagde het bedrijfsleven uit hiermee aan de slag te gaan. Drie jaar later wordt tijdens de Globe Conferentie in Vancouver de balans opgemaakt met een aantal early adopters van deze SDG’s: Goldcorp, Ceasars Entertainment en Dow Chemical. Deze bedrijven geven aan dat de SDG’s voor hun bedrijf als een nieuwe impuls beschouwd werden om op een andere manier met duurzaamheid om te gaan. Niet alleen vanuit de milieu invalshoek maar ook vanuit de sociale en economische invalshoek. Werken met SDG’s opent ook mogelijkheden om eenzelfde taal te spreken en gedeelde verhalen te vertellen over duurzaamheid en hiermee te inspireren en van elkaar te kunnen leren. Bij alle drie de bedrijven gaat het werken aan de SDG’s gepaard met het tegelijkertijd handhaven van een gezonde financiële bedrijfshuishouding en heeft het geleid tot meer samenwerking met andere bedrijven om een aantal specifieke doelen te bereiken. Nieuwe partnerschappen ontstaan en cross-overs met andere bedrijven die op voorhand niet meteen als logische partners werden gezien: er ontstaan nieuwe businessmodellen en nieuwe vormen van waardecreatie. Wat vooral opvalt in de discussie is dat bij deze, grote, traditionele bedrijven het werken met SDG’s leidt tot een daadwerkelijke bijdrage aan het duurzamer maken van onze planeet, niet alleen vanuit milieuperspectief, maar zeker ook vanuit sociaal perspectief: kansen voor kinderen, schoner drinkwater en een verbetering van de gezondheid van zwakkere groepen in de samenleving.

Nies Rijnders