Duurzame krimp: de detailhandel als sociaal concept in kleine kernen

Jorna Leenheer, Lector New Marketing

 

 

Als kind groeide ik op in een dorp met ongeveer 1200 inwoners. Even goed gravend in mijn geheugen, telde het dorp in de jaren ’80 twaalf winkels: een bakker, een slager, 2 kappers, een schoenmaker, een kruidenierswinkel, een sigarenboer, een postkantoor, een fietsenmaker/benzinestation, een groenteboer, een winkel voor huishoudelijke apparaten en een kledingwinkel. Daarvan zijn nu alleen nog de bakker en slager over. In mijn studententijd (jaren ’90) woonde ik in een naoorlogse wijk in Tilburg met ook daar ongeveer tien detaillisten, waarvan er nog een over was toen ik er recentelijk doorheen fietste. Anno 2015 koopt 75% van de Nederlanders wel eens iets online, 40% zelfs regelmatig (Bron: CentERpanel, 2015). Als de traditionele detailhandel wil overleven, dan moeten ze zichzelf vernieuwen en op zoek gaan naar nieuwe business-concepten. Daar kunnen we nostalgisch over gaan doen, maar de wereld is nu eenmaal veranderd.

De situatie wordt nijpend als praktisch alle voorzieningen in een dorp of wijk aan het verdwijnen zijn en dit ook nog gepaard gaat met bevolkingskrimp. Waar dat toe kan leiden, daarvan geeft de 2doc-documentaire “Koppig Dorp” over het Noord-Groningse Ulrum een inkijkje[i]. Je voelt medelijden met de heer Vogelenzang van de noodlijdende Spar, maar ook verbazing over het gebrek aan sociale cohesie en de verdeeldheid in het dorp. Wonen in zo’n krimpgebied, dat voelt dan op een gegeven moment gewoon niet altijd meer zo goed, lijkt het (Leenheer en Pieters, 2011). En dat speelt zeker niet alleen in Noord-Groningen of Zuid-Limburg. Want terwijl Noord-Brabant groeit, is leegloop van kleine kernen ook in onze provincie aan de gang. Ik gooi er nog een paar korte studentendocumentaires tegenaan, genaamd de krimp van Brabant, over leefgemeenschappen als De Heen, Zwingelspaan en Drimmelen[ii].

Krimp is een maatschappelijk probleem dat de overheid zich aantrekt, zo ontving het dorp Ulrum maar liefst € 1,5 miljoen van de provincie Groningen om het dorp leefbaarder te maken. Op grote schaal lijkt dat een weinig duurzame en in ieder geval heel dure oplossing. De oplossing ligt volgens mij in een cocreatie van overheid, burgers en bedrijfsleven (en die laatste stond in Ulrum nogal buitenspel). Misschien kan de goede oude detailhandel zich vernieuwen en als kantelpunt in een wijk of dorp gaan fungeren. Maar dan moet het wel anders, niet meer dozen schuiven, maar het creëren van een hernieuwd service-concept en sociale waarde. Dat klinkt vaag, maar met een aantal mooie voorbeelden wordt het meteen duidelijk wat het idee is.

  • In Maliskamp, een dorp ten zuiden van Rosmalen, is de buurtmarkt actief, een kruidenierswinkel waar je bijvoorbeeld ook koffie kan drinken. De winkel wordt gerund door mensen met een beperking, ondersteund door een groep vrijwilligers uit het dorp. Geen zorgboerderij, maar een zorgsupermarkt. Dit idee van een zorgsupermarkt is ook opgepakt binnen het concept Support en Co dat 25 winkels exploiteert (http://www.supportenco.nl/) en door Attent die ook al diverse zorgsupermarkten heeft.
  • In het dorp Espel in de Noordoostpolder opende in 2011 de Troefmarkt, middels crowdfunding onder de bevolking. Er werd € 50.000 opgehaald, de bewoners kregen het ingelegde bedrag terug via kortingen bij de desbetreffende Troefmarkt.
  • In Sterksel (gemeente Heeze-Leende) hebben dorpsbewoners een coöperatie opgericht die gezamenlijk de dorpssuperwinkel runt. 250 Sterkselse huishoudens (zo’n 60% van het totaal aantal huishoudens in Sterksel) zijn lid van de coöperatie en samen maken zij per week zo’n 60-100 vrijwilligersuren in de winkel. Ze halen ook buurtbewoners op die zelf niet meer in staat zijn om bij de supermarkt te komen, zogezegd een omgekeerde bezorgdienst.
  • En om terug te komen op mijn oude buurt in Tilburg. De naburige MBO-opleiding De Rooie Pannen, runt niet veel verder een eigen winkelcentrum, waar leren en werken samen gaan. En waar je prima boodschappen doet, uit eten kunt en zelfs overnachten.

Binnen mijn Lectoraat willen we aan de slag met deze transformatie van de detailhandel in kleine kernen om zowel de detailhandel zelf als de kleine dorpen en kernen te verduurzamen. Want deze mooie voorbeelden ten spijt, is hiermee nog niet een twee duidelijk wat werkt en wat niet en voor welke kernen. Zo is De Troefmarkt in Espel inmiddels al weer ter zielen. Wat is nu precies de succesfactor van dergelijke buurtinitiatieven? Zoals retailexperts altijd zeggen: retail is detail. We willen het naadje van de kous, of nog beter de Ulrumse sok, weten.

 

Referenties:

Jorna Leenheer, Rik Pieters, “Wonen in een krimpregio: hoe voelt dat nou?”, Me Judice, 10 februari 2011.

[i] http://www.eo.nl/tv/eo-documentaires/aflevering-detail/aflevering/2doc-koppig-dorp-20150608t203000/

[ii] http://www.dekrimpvanbrabant.nl/verhalen/

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *