Hoe kies jij een partner?

In de literatuur wordt veelal benadrukt dat het samenwerken met andere organisaties cruciaal is voor het voortbestaan van de eigen organisatie. Als “alleenstaande” wordt het steeds lastiger om een product of dienst te vermarkten, zo niet onmogelijk. Je hebt partners nodig zodat je kunt samenwerken in allianties en netwerken. Maar hoe bepaal je wat voor jou de goede partner is? Op basis waarvan besluit je met een andere organisatie een relatie aan te gaan? Hoe kies jij eigenlijk een partner?

Dit is nou typisch een vraag waarop je het antwoord niet in een boek kunt vinden. Er bestaat geen checklist op basis waarvan je exact weet aan welke criteria jouw nieuwe partner moet voldoen en op basis waarvan je vervolgens gegarandeerd de juiste keuze maakt. Natuurlijk, er zijn harde criteria die bepalen of een gewenste relatie überhaupt legaal is. Kartelvorming is echt nog steeds verboden. Maar we willen in feite vooral een goed gevoel hebben bij een mogelijk nieuwe partner, nietwaar. We moeten stoppen met vinklijstjes en we moeten gaan ervaren, gewoon gaan doen. En wat is dan beter geschikt dan een game met speeddates?

Tijdens de Alliance Game gaan tweedejaars HRM-studenten van AAFM daadwerkelijk daten. Op een gesimuleerde handelsbeurs gaan zij op zoek naar een bedrijf dat hen als startende onderneming kan helpen met buitenlandse groei. Buitenlandse groei op een duurzame manier. De studenten zijn op basis van een vooraf ingevulde persoonlijkheidsvragenlijst ingedeeld in groepen van vier. Aan de hand van een formulier met beoordelingscriteria gaan zij met vertegenwoordigers van bedrijven in gesprek. Op zoek naar een potentiële partner, misschien wel hun ideale partner. En dan blijkt het toch wel prettig, zo’n formulier met aspecten ter beoordeling. Een beetje houvast tijdens het daten is helemaal geen overbodige luxe.

Ik ben op 15 november 2017 als facilitator bij het event aanwezig. Ik zie de tweedejaars studenten wat verbaasd kijken als de vertegenwoordigers van de bedrijven binnenkomen. Het is namelijk duidelijk dat het twee totaal verschillende bedrijven betreft: de mensen in vrijetijdskleding zijn van het familiebedrijf en de strakke pakken vertegenwoordigen de multinational. Na een korte voorbereidingstijd druk ik op de bel als start voor de eerste speeddate-ronde. Voornamelijk aan de hand van de uitgereikte formulieren stellen de studenten hun vragen. Na vijf minuten klinkt de bel en wordt er gewisseld. Halverwege de middag hebben de studenten in totaal 11 speeddates gehad en kunnen zij met elkaar in overleg om hun besluit te nemen. Ik ben benieuwd. Zien zij het familiebedrijf of de multinational als hun ideale toekomstige partner? Hebben de “harde” organisatorische of de “zachte” interpersoonlijke aspecten de bovenhand? In hoeverre speelt hun persoonlijkheid een rol? En op basis waarvan maken zij hun keuze?

De studenten pitchen hun keuze en het blijkt dat 10 van de 11 groepen de voorkeur geven aan samenwerking met het familiebedrijf. Hun keuze wordt onderbouwd met aspecten van het beoordelingsformulier, zoals bijvoorbeeld flexibiliteit, bedrijfscultuur, resultaatgerichtheid, veranderbereidheid en machtsevenwicht. Hoe rationeel sommige aspecten ook worden benaderd, de pitches van de studenten eindigen toch wel erg vaak met “we hebben gewoon het gevoel dat dit beter past bij ons bedrijf, bij waar we nu staan en wat we willen in de toekomst”. Ik luister naar hen en ik realiseer me eens te meer dat ik als docentcoach de plicht heb om meer en meer aandacht te besteden aan “het gevoel”, vooral bij het maken van keuzes. Studenten vinden dat moeilijk. Misschien is het niet makkelijker gezegd dan gedaan, maar makkelijker gezegd dan gevoeld. Of is het makkelijker gevoeld dan gezegd of gedaan? Hoe maak ik eigenlijk mijn keuzes?

Marise Khemissi
Lid kenniskring International Business

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *